LockNodes aan een andere RouterNode toewijzen - WaveNet

De signaalkwaliteit van de afstand tussen RouterNodes en LockNodes (en andere RouterNodes) wordt onder meer beïnvloed door het volgende:

  • omgevingscondities (stoorsignalen, bouwmateriaal)
  • Afstand

U kunt deze condities en dus de signaalkwaliteit over de afstand tussen RouterNodes en LockNodes verbeteren door de LockNode toe te wijzen aan een dichterbij gelegen of minder gestoorde RouterNode.

Zolang u de LockNode binnen hetzelfde CentralNode-/Ethernet-RouterNode-segment verplaatst, kunt u de LockNode zoals hieronder beschreven eenvoudig opnieuw toewijzen. Anderns reset u de LockNode in de WaveNet Manager en voegt u hem bij de geplande RouterNode opnieuw in (zie Best Practice: reset met WaveNet-Manager en LockNodes aan het WaveNet toevoegen).

Afzonderlijke LockNode opnieuw toewijzen aan een RouterNode

  1. WaveNet Manager via LSM geopend (zie Best Practice: Vanuit de LSM-software).
  1. Klik met de rechtermuistoets op de invoer van de LockNode die u aan een andere RouterNode wilt toewijzen.
  2. Het venster Administration gaat open.
  3. Selecteer in het bereik Configuration de optieMove to another master segment.
  4. Klik op de button OK.
  5. Het venster Procedure started gaat voorlopig open.
  6. Het venster Select CN/RN gaat open (wanneer het gebeurtenisvenster meteen open gaat, bestaan er geen andere Router-/CentralNodes in het segment. U moet de LockNode resetten en bij een andere RouterNode opnieuw toevoegen).
  7. Markeer de Router-/CentralNodes die voor de verplaatsing van de LockNode in aanmerking komen. (Activeer evt. de checkbox all.)
  8. Klik op de button OK.
  9. De signaalkwaliteit tussen LockNode en geselecteerde RouterNodes wordt gemeten.
  10. Het venster Result gaat open. U ziet het overzicht van de eerder gekozen RouterNodes met meetwaarden.
  11. Markeer de RouterNode die u wilt toewijzen aan uw LockNode.
  12. OPMERKING

    notice

    Beste signaalkwaliteit

    Markeer uit de mogelijke RouterNodes de RouterNode waarvan de RSSI-waarde het dichtst bij 0 ligt (0 = theoretische beste waarde).

  13. OPMERKING

    notice

    Uitroepteken voor RouterNodes in de lijst

    Bij bepaalde netwerkstructuren kunt u de geselecteerde LockNode alleen toewijzen aan bepaalde RouterNodes. RouterNodes die u niet kunt toewijzen aan de geselecteerde LockNode zijn gemarkeerd met een uitroepteken voor de invoer (bijv wanneer het maximale aantal LockNodes voor deze RouterNode al is bereikt). Deze RouterNodes worden alleen voor de volledigheid weergegeven.

  14. Klik op de button OK.
  15. Het venster Result gaat dicht.
  1. De LockNode is toegewezen aan de gewenste RouterNode.

Meerdere LockNodes opnieuw toewijzen aan een RouterNode

  1. WaveNet Manager via LSM geopend (zie Best Practice: Vanuit de LSM-software).
  2. LockNodes en RouterNodes aangesloten op de stroomverzorging.
  3. LockNodes en RouterNodes met WaveNet verbonden (test zie Bereikbaarheid testen (WaveNet).
  4. LockNodes met actueel slechte verbinding bekend (zie Kwaliteit van het signaal controleren).
  1. Klik met de rechtermuistoets op de RouterNode die u aan de LockNodes wilt toewijzen.
  2. Het venster Administration gaat open.
  3. Selecteer in het bereik Maintenance de optieSearch master segment.
  4. Activeer de checkbox only known.
  5. Klik op de button OK.
  6. Het venster Administration gaat dicht.
  7. Het venster WaveNetManager gaat open.
  8. Klik op de button Ja (snel zoeken) of No (normaal zoeken).
  9. OPMERKING

    notice

    Snel zoeken

    Wanneer u kiest voor snel zoeken, dan zendt de RouterNode maar één enkele broadcast. Wanneer u kiest voor normaal zoeken, dan zendt de RouterNode in totaal zes broadcasts. Met snel zoeken wordt sneller een resultaat gevonden, maar normaal zoeken is grondiger en vindt ook LockNodes die met snel zoeken niet bereikbaar waren.

  10. Het venster WaveNetManager gaat dicht.
  11. Het venster Procedure started gaat voorlopig open.
  12. Het venster Search results gaat open.

U ziet een tabel met een overzicht van de LockNodes die de RouterNode tijdens de zoekopdracht heeft gevonden. Deze tabel bevat drie kolommen:

knooppunten in dit segment

knooppunten van andere segmenten

nieuwe knooppunten

Deze LockNodes bevinden zich in de WaveNet-topologie en zijn al toegewezen aan de RouterNode.

Deze LockNodes bevinden zich in de WaveNet-topologie, maar zijn toegewezen aan een andere RouterNode.

Deze RouterNodes bevinden zich niet in de WaveNet-topologie.

Elke kolom is weer opgedeeld in twee subkolommen:

knooppunt

RSSI

Naam van de LockNode

Signaalsterkte van de verbinding van de LockNode met de zoekende RouterNode

Eenheid van de signaalsterkte

De WaveNet Manager geeft de signaalsterkte aan als RSSI-waarde (Received Signal Strength) in dBm. Deze waarde is:

  • logaritmisch: Een verbetering met 10 dBm betekent in de praktijk de dubbele signaalsterkte.
  • Negatief: de theoretische beste waarde bedraagt 0 dBm en is alleen bereikbaar met kabelverbindingen. Hoe dichter de waarde bij 0 dBm ligt (des te kleiner het bedrag dus is), des te beter is de ontvangst.
  1. Markeer de LockNodes waarvan u bekend is dat ze een slechte verbinding hebben in de middelste kolom (knooppunten van andere segmenten), wanneer de RSSI-waarde beter is.
    U ziet de actuele RSSI-waarden in het hoofdvenster van de WaveNet Manager.
  2. Verschuif de LockNodes met behulp van drag-and-drop naar de linkerkolom (knooppunten in dit segment), om ze toe te wijzen aan de actuele RouterNode (waarmee u hebt gezocht).
  3. De LockNodes worden toegewezen aan de actuele RouterNode.
  4. OPMERKING

    notice

    Duur van de toewijzing

    Wanneer u LockNodes nieuw toewijst, communiceert de WaveNet Manager met de LockNodes om de configuratie door te geven en de LockNode te controleren. Deze controle duurt een paar seconden.

  5. Bevestig eventueel de IO-configuratie van de LockNode door te klikken op de button OK (u kunt de IO-configuratie op elk gewenst moment veranderen, zie I/O-configuratie en beveiligingsfuncties).
  1. De LockNodes zijn toegewezen aan de RouterNode.