I/O-configuratie en beveiligingsfuncties - WaveNet

Met de beveiligingsfuncties kunt u sluitelementen draadloos (868 MHz) deactiveren, activeren of op afstand openen. Hiervoor bepaalt u met de I/O-configuratie in de WaveNet Manager:

  • wanneer een gebeurtenis wordt aangestoten (door een identificatiemedium of een input, zie Ingang (relaiscontact)) en
  • hoe er op deze gebeurtenis gereageerd wordt (activeren van een beveiligingsfunctie)

Beveiligingsfuncties zijn in principe onafhankelijk van de LSM of zijn diensten. Wanneer u gebruik maakt van beveiligingsfuncties, dan verhoogt u met uw WaveNet – in combinatie met in openbare gebouwen sowieso vereiste beveiligingsmaatregelen – het veiligheidsniveau.

WAARSCHUWING

warning

Letsel of materiële schade door een niet-redundant veiligheidsconcept

De beveiligingsfuncties van uw WaveNet-systeem zijn slechts een bestanddeel van een veiligheidsconcept. Ze zijn niet geschikt als enige beveiliging tegen gevaren als brand, inbraak en dergelijke.

  1. Gebruik redundante systemen ter beveiliging tegen uw individuele risico’s (inbraak- of brandalarmsystemen en dergelijke).
  2. Laat een technisch risk manager (Certified Security Manager of gelijkwaardig) een veiligheidsconcept voor u opstellen en beoordelen.
  3. Neem in het bijzonder de relevante voorschriften over vlucht- en reddingsroutes in acht.

OPMERKING

notice

Merkgebonden WaveNet zonder wettelijke vereisten

Het WaveNet is een eigen ontwikkeling van SimonsVoss om met de aangeboden beveiligingsfuncties naast bestaande veiligheidsconcepten de veiligheid van uw gebouw verder te vergroten. Actueel zijn er voor deze beveiligingsfuncties geen wettelijke vereisten bekend.

U kunt de ingangen en uitgangen van uw RouterNode volgens uw eigen behoeften instellen:

uitgangen

ingangen (digitaal)

ingang (analoog)

Reageer op identificatiemedia of laat afgesloten reacties bewijzen die door de digitale ingangen werden aangestuurd. Schakel de uitgangen afhankelijk van herkende identificatiemedia (zie RouterNode: digitale uitgang).

Reageer op statuswijzigingen van de digitale ingangen. Stuur een reacties aan bij de aangesloten sluitelementen (zie RouterNode: digitale ingang).

Reageer op statuswijzigingen van de analoge ingang. Stuur een gebeurtenis aan in de LSM (zie RouterNode: analoge ingang).

De optie Set output and I/O status geeft u de actuele status en het resultaat van de laatste reacties aan (zie IO-status en reactievermogen LockNode).

Afzonderlijke RouterNode

  1. Klik met de rechtermuistoets op de invoer van de RouterNode waarvan u de I/O-configuratie wilt wijzigen.
  2. Het venster Administration gaat open.
  3. Selecteer in het bereik Configuration de optieI/O configuration.
  4. Klik op de button OK.
  5. Het venster Administration gaat dicht.
  1. Het venster I/O configuration gaat open.

Meerdere RouterNodes

  1. Klik met de rechtermuistoets op de invoer WaveNet_XX_X.
  2. Het venster Administration gaat open.
  3. Selecteer de I/O configuration.
  4. Klik op de button OK.
  5. Het venster Administration gaat dicht.
  6. Het venster Select CN/RN gaat open.
  7. Markeer alle gewenste RouterNodes of activeer de checkbox all.
  8. Klik op de button OK.
  9. Het venster Select CN/RN gaat dicht.
  1. Het venster I/O configuration gaat open.

Afzonderlijke LockNode

  1. Klik met de rechtermuistoets op de invoer van de RouterNode waarvan u de I/O-configuratie wilt veranderen.
  2. Het venster Administration gaat open.
  3. Selecteer de I/O configuration.
  4. Klik op de button OK.
  5. Het venster Administration gaat dicht.
  1. Het venster I/O configuration gaat open.