LSM-import - WaveNet

U moet de aangemaakte WaveNet-topologie in de LSM importeren om de WaveNet-topologie daarin te kunnen gebruiken.

  1. WaveNet Manager via LSM geopend (zie Best Practice: Vanuit de LSM-software).
  2. Vrij communicatieknooppunt in de LSM beschikbaar (resp. lokale aansluiting bij gebruik zonder communicatieknooppunt).
  3. WaveNet-topologie aangemaakt en bewaard (zie RouterNode aan het WaveNet toevoegen en LockNodes aan het WaveNet toevoegen).
  1. Klik op de button beëindigen.
  2. Het venster WaveNetManager gaat open.
  3. Klik op de button Ja.
  4. Het venster WaveNetManager gaat dicht.
  5. Het venster WaveNet-topologie importeren gaat open. Nu verschijnt een lijst met de te importeren apparaten.
  6. Klik op de button import.
  7. Het venster Toewijzing gaat open.
  8. Selecteer in het dropdownmenu Communicatieknooppunt het communicatieknooppunt uit in de LSM dat u voor de RouterNode wilt gebruiken (voor het aanleggen, zie Apparaten vinden en toevoegen of LSM-manual).
  9. Klik op de button OK.
  10. Het venster Toewijzing gaat dicht.
  11. Het venster resultaat gaat open.
  12. Klik op de button OK.
  13. Het venster resultaat gaat dicht.
  14. Het venster LockSysMgr gaat open.
  15. Klik op de button OK.
  16. Het venster LockSysMgr gaat dicht.
  17. De WaveNet Manager gaat dicht.
  1. De WaveNet-topologie is geïmporteerd en de RouterNode wordt bij het communicatieknooppunt in het overzicht met de aansluitingen opgesomd.

Aan communicatieknooppunt doorgeven

  1. LSM actief.
  1. Roep via netwerk de invoer Communicatieknooppunt op.
  2. Selecteer met de buttons of het communicatieknooppunt dat u zojuist hebt gebruikt.
  3. Klik op de button Configbestanden.
  4. Het venster Map zoeken gaat open.
  5. Zorg ervoor dat de installatiemap van de CommNode-server is geselecteerd.
  6. Klik op de button OK.
  7. Het venster Map zoeken gaat dicht.
  8. Klik op de button No om te voorkomen dat u opslaat in een knooppuntspecifieke map.
  9. XML-configuratiebestanden worden opgeslagen.
  10. Klik op de button Verzenden.
  11. Het venster LockSysMgr gaat open.
  12. Klik op de button OK.
  13. Het venster LockSysMgr gaat dicht.
  1. Gegevens zijn doorgegeven aan communicatieknooppunt.