RouterNode: digitale ingang - WaveNet

U kunt in het dropdownmenu Input instellen hoe de LockNodes van de RouterNode op een binnenkomend signaal bij de betreffende RouterNode-ingang (=ontvangen spanning is hoger dan de referentiespanning) moeten reageren.

Referentiespanningen (RN en RN2)

<0,9 VDC

LOW (geen signaal)

>2,1 VDC

HIGH (signaal)

Input

Standaard invoer. De RouterNode reageert niet op een binnenkomend signaal. U kunt de wisseling van signaal echter doorgeven aan de LSM.

Block lock

Wanneer een input een signaal ontvangt (inputgebeurtenis, niveau wisselt van Low naar High), dan zendt de RouterNode een broadcast aan alle LockNodes. U kunt instellen of de LockNodes dan op de broadcast moeten reagren (zie LockNode). De LockNodes deactiveren vervolgens voor de duur van de inputgebeurtenis de sluitelementen waarin ze zijn ingebouwd.

Ze reageren dan niet meer op bevoegde identificatiemedia, zodat er geen toegang mogelijk is. Wanneer het signaal ophoudt (=geen input meer, niveau wisselt van High naar Low), dan worden de sluitelementen weer geactiveerd.

Wanneer door een ingeschakelde inbraakalarminstallatie een signaal aan de ingang wordt afgegeven, dan kunt u op die manier zolang het alarmsysteem is ingeschakeld de sluitelementen aan de buitenzijde van het gebouw deactiveren (en ongewenst activeren van het systeem verhinderen). U kunt echter ook geheel vrij kiezen welke sluitelementen u wilt deactiveren.

Met de uitgangen (zie RouterNode: digitale uitgang) kunt u na geslaagde deactivering een bewijs terugsturen naar de inbraakalarminstallatie.

Het gebruik van deze functie is niet VdS-conform.

Amok function

Vergelijkbaar met de blokslotfunctie: Wanneer een input een signaal ontvangt (niveau wisselt van Low naar High), dan zendt de RouterNode een broadcast aan alle LockNodes. U kunt instellen of de LockNodes dan op de broadcast moeten reagren (zie LockNode). Deze broadcast deactiveert de sluitelementen waarin de LockNode is gemonteerd.

Ze wijzen dan alle identificatiemedia (ook gewoonlijk bevoegde) af. Eenmalige toegang is alleen mogelijk met speciale identificatiemedia (rood niveau).

Het verschil met de blokslotfunctie is dat de sluitelementen ook na afloop van de input gedeactiveerd blijven. U moet de sluitelementen expliciet weer activeren met een commando:

  • WaveNet (reactie Activation gebruiken)
  • LSM
  • Activeringstransponder resp. -kaart

Wanneer u een noodknop aansluit op een ingang (zie Ingang (toets)) en deze verbindt met de amokfunctie, dan kunt u met de noodknop alle bereikte sluitelementen blokkeren en verhinderen dat ruimten worden betreden (of in het geval van een vrij draaiende cilinder ook verlaten) totdat ze expliciet weer worden geactiveerd.

Emergency release

Tegenovergesteld aan amokfunctie: Wanneer een input een signaal ontvangt (niveau wisselt van Low naar High), dan zendt de RouterNode een broadcast aan alle LockNodes. U kunt instellen of de LockNodes dan op de broadcast moeten reagren (zie LockNode). Deze koppeling activeert alle sluitelementen waarin de LockNodes zijn gemonteerd permanent.

De sluitelementen blijven ook na afloop van de input geactiveerd. U moet de noodvrijschakeling van de sluitelementen met een commando op afstand beëindigen (de sluitelementen koppelen direct na ontvangst van dit commando weer uit):

  • WaveNet (reactie Remote opening gebruiken)
  • LSM

Wanneer u met een brandalarm een signaal naar de ingang verzendt (zie Toepassingsvoorbeelden), dan kunt u op die manier alle sluitelementen openen om reddingsdiensten toegang te verstrekken.

Remote opening

Wanneer een input een signaal ontvangt (niveau wisselt van Low naar High), dan zendt de RouterNode een broadcast aan alle LockNodes. U kunt instellen of de LockNodes dan op de broadcast moeten reagren (zie LockNode). Deze broadcast voert een opening op afstand uit.

Het sluitelement wordt geactiveerd voor de pulslengte die in de LSM is ingesteld (impulsopening). Dat geldt ook voor sluitelementen in de FlipFlop-modus.

Activation

Wanneer een input een signaal ontvangt (niveau wisselt van Low naar High), dan zendt de RouterNode een broadcast aan alle LockNodes. U kunt instellen of de LockNodes dan op de broadcast moeten reagren (zie LockNode). Deze broadcast activeert de sluitelementen waarin de LockNodes zijn gemonteerd.

U kunt dan eerder gedeactiveerde sluitelementen weer gebruiken.

Deze reactie functioneert alleen met I/O-RouterNodes type RN2 vanaf firmwareversie 40.8 in combinatie met de WaveNet Manager versie 2.6.6 of nieuwer.

OPMERKING

notice

Permanente noodopening

Een brand kan de inputkabel of andere onderdelen beschadigen. Hierdoor zouden de sluitelementen weer dichtgaan, hoewel er een brand is. Personen kunnen daardoor opgesloten raken in de sector die in brand staat en de toegang voor reddingsdiensten kan belemmerd zijn.

Daarom blijven alle sluitelementen in de status noodopening staan (en bieden dus vrije doorgang) totdat een expliciet commando op afstand de sluitelementen weer sluit.

Wanneer u een reactie op een gebeurtenis vastlegt, moet u extra informatie invoeren.

  1. Kies de LockNodes uit die moeten reageren.
  2. Voer de protocolgeneratie (G1, G1+G2, G2) net zo in als deze in de instellingen van het sluitsysteem vermeld is.
  3. Vul het wachtwoord van het sluitsysteem in.

Een binnenkomend signaal bij de ingang is een input die ook via het ingebouwde relais kan worden geschakeld, zie Output in RouterNode: digitale uitgang. Wanneer de RouterNode op de input heeft gereageerd en bijvoorbeeld een broadcast heeft uitgevoerd, kan hij op die manier als bevestiging het relais schakelen.

U kunt in het dropdownmenu Delay [s] instellen hoe lang de RouterNode moet wachten totdat de betreffende ingang reageert op een gebeurtenis.

0 s

Standaard invoer. De ingang reageert onmiddellijk op een gebeurtenis.

8 s

De ingang reageert na 8 seconden op een gebeurtenis

16 s

De ingang reageert na 16 seconden op een gebeurtenis

24 s

De ingang reageert na 24 seconden op een gebeurtenis

32 s

De ingang reageert na 32 seconden op een gebeurtenis

RingCast

Een gebeurtenis bij de ingang activeert een RingCast (zie RingCast).

Trigger-gebeurtenissen doorgeven aan de LSM

U kunt met de checkbox Report events to management system instellen of de signalen (inputgebeurtenissen) bij de betreffende ingang moeten worden doorgegeven aan de LSM. In de LSM kunt u (extra) reageren op deze gebeurtenis met de Event Manager.

Niet alle gebeurtenissen worden doorgegeven (zie tabel):

Reactie

Signalen die kunnen worden doorgegeven (gebeurtenissen)

  • Amok function
  • Emergency release
  • Remote opening
  • Activation
  • Niveau wisselt van Low naar High
  • Input
  • Block lock
  • Niveau wisselt van Low naar High
  • Niveau wisselt van High naar Low

Alleen gebeurtenissen met de reacties Input of Block lock worden doorgegeven aan de LSM. Alle andere gebeurtenissen worden niet doorgegeven aan de LSM.

LockNodes voor reactie selecteren

U kunt met de button Select LN instellen welke LockNodes de ingestelde reactie uitvoeren. U hebt twee mogelijkheden voor de instelling:

(Verschillende) instellingen voor afzonderlijke ingangen van de RouterNode

Dezelfde instelling voor alle ingangen van de RouterNode

Klik op de button van de betreffende ingang (voor input 1, 2 of 3). Het venster van de ingang gaat open. Markeer de LockNodes die op de gebeurtenissen van deze ingang moeten reageren.

Ga bij de andere ingangen precies zo te werk.

Hier gemarkeerde LockNodes reageren op alle gebeurtenissen bij deze ingang. Ze voeren de reactie(s) uit die u voor deze ingang hebt vastgelegd.

Klik op de button For all inputs en selecteer de LockNodes.

Hier gemarkeerde LockNodes reageren op alle gebeurtenissen bij de ingangen. Ze voeren de reactie(s) uit die u voor de betreffende ingang hebt vastgelegd.

Het volgende voorbeeld maakt duidelijk wat het gedrag per instelling is:

voor gebeurtenissen bij Input 1 en 2 wordt Remote opening als reactie aangenomen.

Voorbeeld voor instellingen

Alle inputs

Input 1

Input 2

Input 3

LockNode 1

LockNode 2

LockNode 1 reageert op alle gebeurtenissen. LockNode 2 reageert alleen op gebeurtenissen van Input 1.

Anders gezegd: met een druk op de toets bij Input 1 ontvangen alle sluitelementen een commando tot opening op afstand. Met een druk op de toets bij Input 2 ontvangt alleen het sluitelement met LockNode 1 een commando tot opening op afstand.

U kunt ook direct bij de LockNodes instellen of ze reacties uitvoeren (zie LockNode).

U geeft in het dropdownmenu Protocol generation de protocolgeneratie van het sluitsysteem aan.

De LockNodes communiceren met de sluitelementen met behulp van het wachtwoord van het sluitsysteem. Geef daarom uw wachtwoord van het sluitsysteem aan.

Klik op de button Password hidden, om te verhinderen dat uw wachtwoord tijdens het invoeren leesbaar wordt weergegeven.