Kwaliteit van het signaal controleren - WaveNet

LET OP

Aanbevolen signaalsterkte

De signaalsterkte in de WaveNet Manager moet tussen 0 dBm en -70 dBm liggen.

Als de signaalsterkte onvoldoende is, kan de verbinding en communicatie tussen apparaten traag of onderbroken worden, en zal er ook een hoger energieverbruik zijn.

  1. Als de signaalsterkte tussen -75 dBm en -90 dBm ligt, kan er beperkte functionaliteit zijn. Verbeter de signaalkwaliteit (zie Signaalkwaliteit verbeteren).

Eenheid van de signaalsterkte

De WaveNet Manager geeft de signaalsterkte aan als RSSI-waarde (Received Signal Strength) in dBm. Deze waarde is:

  • logaritmisch: Een verbetering met 10 dBm betekent in de praktijk de dubbele signaalsterkte.
  • Negatief: de theoretische beste waarde bedraagt 0 dBm en is alleen bereikbaar met kabelverbindingen. Hoe dichter de waarde bij 0 dBm ligt (des te kleiner het bedrag dus is), des te beter is de ontvangst.

Afzonderlijke RouterNode

  1. WaveNet Manager via LSM geopend (zie Best Practice: Vanuit de LSM-software).
  2. RouterNodes en LockNodes met WaveNet verbonden (zie Apparaten vinden en toevoegen).
  1. Klik met de rechtermuistoets op de invoer van de RouterNode waarvan u de kwaliteit van het signaal wilt controleren.
  2. Het venster Administration gaat open.
  3. Selecteer de optie QA check.
  4. Klik op de button OK.
  5. Het venster Administration gaat dicht.
  6. Het venster Procedure started gaat voorlopig open.
  1. RSSI-waardes in het overzicht zijn voor de betreffende RouterNode bijgewerkt.

Meerdere RouterNodes

  1. WaveNet Manager geopend.
  2. RouterNodes en LockNodes met WaveNet verbonden.
  1. Klik met de rechtermuistoets op de invoer WaveNet_XX_X.
  2. Het venster Administration gaat open.
  3. Selecteer de optie QA check.
  4. Klik op de button OK.
  5. Het venster Administration gaat dicht.
  6. Het venster Select CN/RN gaat open. U ziet een lijst van de RouterNodes in uw WaveNet.
  7. Markeer alle gewenste RouterNodes of activeer de checkbox all.
  8. Klik op de button OK.
  9. Het venster Select CN/RN gaat dicht.
  10. Het venster Procedure started gaat voorlopig open.
  1. RSSI-waardes in het overzicht zijn voor de betreffende RouterNodes bijgewerkt.