Apparaten - WaveNet

Apparaten die in het WaveNet als netwerkcomponenten bruikbaar zijn, beschikken in principe over twee onderling onafhankelijke interfaces (eerste en tweede letter volgens het type router, zie RouterNodes en LockNodes). U kunt dus twee netwerksegmenten met verschillende overdrachtsmedia met elkaar verbinden.

RouterNodes verbinden twee netwerksegmenten met (verschillende) overdrachtsmedia (zie Methode van overdracht) met elkaar.

LockNodes verbinden een sluitelement met een netwerksegment. Naargelang de uitvoering is de LockNode draadloos LN.R en LN.C) of fysiek (LockNode Inside) verbonden met het sluitelement.

Met uitzondering van de pc is aan elk WaveNet-apparaat een eigen adres en een voor alle apparaten gelijkluidende netwerk-ID toegewezen. De toewijzing van de netwerk-ID maakt uw WaveNet uniek en goed te onderscheiden van andere netwerken die eventueel binnen bereik zijn.