Overzicht - WaveNet

U ziet de topologie van uw WaveNet op de startpagina in de WaveNet Manager.

Het overzicht verstrekt de volgende informatie:

RouterNode

  • RouterNode-type (bijv. RN_ER_IO)
  • Inputadres (bijv. 0x0006)
  • Chip-ID (bijv. 89003644)
  • Hostnaam (wanneer u geen hostnaam gebruikt, wordt in plaats hiervan het IP-adres weergegeven).
  • RSSI-waarde (indien enkel een radio-interface. In het voorbeeld niet gebruikt)

LockNode

  • LockNode-type (bijv. LN_I)
  • Adres (bijv. 0x0027)
  • Chip-ID (bijv. 00017023)
  • Naam van het aangesloten sluitelement
  • RSSI-waarde (bijv. -33 dBm)

U kunt met het weergegeven adres de segmenten bepalen (zie Adressering).

Aantal apparaattypes

De WaveNet Manager biedt u een mogelijkheid om het aantal verschillende apparaattypes weer te geven.

  1. WaveNet Manager via LSM geopend (zie Best Practice: Vanuit de LSM-software).
  1. Klik met de rechtermuistoets op de invoer WaveNet_XX_X.
  2. Het venster Administration gaat open.
  3. Selecteer de optie WaveNet statistics.
  4. Klik op de button OK.
  5. Het venster Administration gaat dicht.
  1. Het venster WaveNet statistics gaat open. Er verschijnt een opsomming van de apparaattypes met het aantal.

Opslagstatus

In het overzicht herkent u ook de opslagstatus van de apparaten.

Vet

Invoer in het WaveNet veranderd, maar nog niet bewaard. Klik op de button Save

Normaal

Invoer in het WaveNet bewaard

Configuratiestatus

U herkent problemen met de configuratie van RouterNodes of LockNodes aan een zwarte bliksemflits voor de betreffende invoer. Herhaal de configuratie door het apparaat opnieuw te programmeren (zie Apparaat opnieuw programmeren of vervangen).