Uitpakken - WaveNet
Indien u werkt met meerdere LSM-databanken: gebruik voor elke LSM-databank een eigen WaveNet Manager-map (bijv. ondermappen). Daarmee vermijdt u verschillend geconfigureerde reeksen.
LSM Basic Online
Pak de WaveNet Manager uit in een geschikte index.
SimonsVoss adviseert om de exportmap van de WaveNet Manager in dezelfde index aan te leggen. Kies daarom een index uit die vrij toegankelijk is voor u, bijv.:
C:\WaveNet-Manager.
LSM Business/Professional
Pak de WaveNet Manager uit in een geschikte index (in de regel een map op een schijf in het netwerk). SimonsVoss adviseert om de exportmap van de WaveNet Manager in dezelfde index aan te leggen.
Neem de volgende aanbevelingen voor de index in acht:
- de index ligt op de server van LSM Business. Server en client kunnen verschillende poortvrijgaven hebben. De WaveNet Manager moet daarom altijd vanaf de server worden opgestart. Anders kunnen poortvrijgaven van de client ontbreken en bij het verdere gebruik communicatieproblemen veroorzaken.
- Alle clients resp. gebruikers die met de WaveNet Manager moeten werken, hebben het recht Lezen/uitvoeren voor de vrijgegeven map. Wij de clients resp. gebruikers dit recht toe als het nog niet verstrekt werd.
- Wanneer u werkt met meerdere LSM-databanken: maak voor elke databank een eigen subindex aan, waarin een eigen exportmap is aangelegd. Pak de WaveNet Manager uit in elke subindex. Roep in de betreffende LSM-databanken de WaveNet Manager op vanuit de specifieke subindex en selecteer de exportmap van elke betreffende subindex.