Kwaliteit van het signaal - WaveNet

Uw WaveNet geeft gegevens draadloos door tussen RouterNodes en LockNodes in het netwerk. Om de gegevens te kunnen doorgeven, moet het zendsignaal een bepaalde sterkte hebben om onderscheiden te kunnen worden van storingen en als zodanig ontvangen te worden (zie ook Uitdagingen in draadloze netwerken).

LET OP

Aanbevolen signaalsterkte

De signaalsterkte in de WaveNet Manager moet tussen 0 dBm en -70 dBm liggen.

Als de signaalsterkte onvoldoende is, kan de verbinding en communicatie tussen apparaten traag of onderbroken worden, en zal er ook een hoger energieverbruik zijn.

  1. Als de signaalsterkte tussen -75 dBm en -90 dBm ligt, kan er beperkte functionaliteit zijn. Verbeter de signaalkwaliteit (zie Signaalkwaliteit verbeteren).

Eenheid van de signaalsterkte

De WaveNet Manager geeft de signaalsterkte aan als RSSI-waarde (Received Signal Strength) in dBm. Deze waarde is:

  • logaritmisch: Een verbetering met 10 dBm betekent in de praktijk de dubbele signaalsterkte.
  • Negatief: de theoretische beste waarde bedraagt 0 dBm en is alleen bereikbaar met kabelverbindingen. Hoe dichter de waarde bij 0 dBm ligt (des te kleiner het bedrag dus is), des te beter is de ontvangst.

Invloeden op de signaalsterkte

De signaalsterkte wordt beïnvloed door verschillende factoren, vooral echter door de omgeving en de hiervoor gebruikte (bouw-)materialen.

Materiaal

Doorlatendheid

  • Hout
  • Gips
  • Gipsplaten

90%-100%

  • Baksteen
  • Spaanplaat

65%-95%

  • Gewapend beton (zender op metaal)

10%-70%

  • Metaal
  • Metalen vlechtwerk
  • Aluminium beplatingen

0%-10%