Actie toevoegen - LSM 3.6 SP1 Business + Prof.
Op het tabbladControl Device AX kunt u meer acties toevoegen. Dit tabblad is als volgt toegankelijk:
- Via , de invoer en de knop Bewerken of
- Door te dubbelklikken op het sluitelement in de matrix om de eigenschappen te openen en vervolgens naar het tabblad Control Device AX te gaan
De volgende acties zijn beschikbaar:
Actie | Betekenis |
|---|---|
Opening | Bedient het sluitelement zoals een regulier identificatiemedium. De naam die voor deze opening in de doorgangslijst wordt weergegeven, kan worden geselecteerd. |
noodvrijschakeling | Activeert het sluitelement permanent. Wordt beëindigd door Einde van de noodontgrendeling / noodopening of een opening op afstand. Alleen paarsgewijs met Einde van de noodontgrendeling / noodopening. Gebruikt speciale transponder-ID: 1. |
Einde van de noodontgrendeling / noodopening | Sluit de noodvrijschakeling. Alleen paarsgewijs met noodvrijschakeling Gebruikt speciale transponder-ID: 0. |
deactivering | Deactiveert het sluitelement (= alle identificatiemedia worden afgewezen). Wordt beëindigd door:
Openingen op afstand zijn ook bij een gedeactiveerd sluitelement mogelijk. Gebruikt speciale transponder-ID: 3. |
activering | Activeert het sluitelement (= normale toestand). Gebruikt speciale transponder-ID: 5. |
In het voorbeeld wordt het pad via de eigenschappen van het sluitelement weergegeven.
- Matrixweergave geopend
- Control Device AX aangesloten op de stroomvoorziening.
- SmartStick AX aangesloten.
- Open de eigenschappen door dubbel op het sluitelement te klikken.

- De eigenschappen van het sluitelement openen.
- Ga naar de registerkaart Control Device AX.
- Het tabblad met een actie wordt weergegeven.

- Klik op de button toevoegen.
- Het venster actie gaat open.

- Selecteer in het vervolgkeuzemenu de actie u wilt toevoegen.

VOORZICHTIG
Paarsgewijze acties worden automatisch aangemaakt
De acties noodvrijschakeling / Einde van de noodontgrendeling / noodopening en deactivering / activering zijn alleen paarsgewijs beschikbaar.
Als u een van de paarsgewijze acties selecteert, wordt de andere automatisch eveneens aangemaakt.
- Selecteer in het vervolgkeuzemenu met welke van de vier functie-ingangen op de Control Device AX, de actie moet worden geactiveerd.
Reeds bezette functie-ingangen worden niet weergegeven. 
- Als u de actie Opening gebruikt, kunt u nog een naam invoeren. De hier ingevoerde naam wordt bij een opening door deze actie in de doorgangslijst van het sluitelement geprotocolleerd (zie ook Beheer toegangslijsten). Control Device AX.
- Zorg ervoor dat het selectievakje
Toegang is aangevinkt, zodat de actie ook wordt uitgevoerd (zie ook Actie pauzeren).
- In het veld TID ziet u welke transponder-ID voor deze actie wordt gebruikt.
(De acties noodvrijschakeling, Einde van de noodontgrendeling / noodopening, deactivering en activering gebruiken speciale transponder-ID's uit een gereserveerd gedeelte.) - Klik op de button OK.
- Het venster gaat actie dicht.
- Nieuwe actie (en eventueel automatisch aangemaakte paaractie) wordt weergegeven.

- Wijziging van de acties veroorzaakt programmeerbehoefte op de Control Device AX.
- Selecteer via de vermelding .
- Het venster Beheer van Control Devices AX gaat open.
- U ziet de nieuwe programmeerbehoefte.

- Klik op de button programmeren.
- Het venster sluit en de programmeerprocedure start.
- Volg de instructies.
- Acties zijn toegevoegd aan Control Device AX.