Bovengeschikt sluitniveau - LSM 3.5 SP3 Business + Prof.
In een project kunnen meerdere sluitsystemen worden beheerd. Als aanschouwelijk voorbeeld hiervoor gelden gangbare draaiboeken.
- Een bedrijf met meerdere locaties/gebouwen
- Een onderneming beschikt over afzonderlijke filialen op verschillende plaatsen. Gewoonlijk is een medewerker altijd werkzaam in dezelfde vestiging. Maar speciale personengroepen moeten toegang hebben tot meerdere filialen/gebouwen.
- In dit geval worden de afzonderlijke filialen of gebouwen onderverdeeld in aparte sluitsystemen. Een medewerker van het hoofdkantoor moet ook bevoegd zijn bij deuren op andere locaties. Deze medewerker van het hoofdkantoor wordt dan verbonden met het sluitsysteem van het andere filiaal. Hier kunnen tenslotte individuele rechten worden toegewezen.
- Een gebouw met meerdere partijen
- In een gebouw vinden meerdere partijen onderdak. Elk afzonderlijk heeft een eigen sluitsysteem nodig. Maar toch moeten de partijen ook diverse sluitelementen (bijv. hefbomen, tourniquet, hoofdingang, enz.) met elkaar delen.
- In dit geval worden de afzonderlijke partijen onderverdeeld in aparte sluitsystemen. Daarnaast wordt een bovengeschikt sluitniveau aangemaakt. Op dit bovengeschikte sluitniveau kunnen bijvoorbeeld alle gemeenschappelijk gebruikte sluitelementen worden opgevoerd. Parallel worden personen en/of zones toegevoegd aan het bovengeschikte sluitniveau en voorzien van de overeenkomstige rechten.
- Brandweertransponder voor specifieke sluitelementen van alle sluitsystemen
- Speciale brandweertransponders voor bijvoorbeeld sleutelbuizen bevatten rechten voor alle deuren van een bepaald gebouw. Hierdoor kan de brandweer bij brand alle sluitelementen bedienen met één transponder.
- In dit geval wordt een nieuw bovengeschikt sluitniveau met de kleur 'rood' aangemaakt. Hieraan worden via de eigenschappen van de zones alle gewenste deuren in het project toegevoegd. Daarnaast wordt een transpondergroep "Brandweer" aangemaakt. Met een muisklik is deze bij alle deuren bevoegd die zijn opgenomen in het bovengeschikte sluitniveau 'rood'.
Algemene aanwijzingen betreffende bovengeschikte sluitniveaus:
- als een sluitelement of een transponder wordt verbonden met een ander sluitplan, dan gedraagt dit verbonden exemplaar zich precies als het oorspronkelijk aangemaakte origineel. Wanneer de originele transponder of het sluitelement wordt gewijzigd of gewist, dan heeft dit direct uitwerking op het verbonden exemplaar in het andere sluitsysteem.
- Het rode niveau heeft bovendien bijzondere kenmerken (bijv. ook het openen van gedeactiveerde sluitelementen), die speciaal zijn ontworpen voor de brandweer. Gebruik dit niveau, indien mogelijk, uitsluitend voor de inzet van nooddiensten.
OPMERKING
Als een bovengeschikt sluitniveau met reeds vooraf geprogrammeerde sluitelementen wordt aangemaakt, moeten vervolgens alle sluitelementen opnieuw worden geprogrammeerd. Let op deze nieuw ontstane programmeerbehoefte, die wordt aangegeven met programmeerbliksems.