Instantie toevoegen - LSM 3.6 Business + Prof.

Als u in meerdere databanken werkt (Multi-Database, bijv. LSM Professional) en in meerdere van deze databanken met AX2Go moet worden gewerkt, hebt u voor extra databanken extra instanties nodig. Elk van deze instanties communiceert dan met 'uw' databank. Voor iedere instantie is een eigen licentiesleutel nodig.

OPMERKING

notice

Standaardinstantie automatisch aangemaakt

Tijdens de installatie van LSM 3.6 wordt er automatisch een instantie voor LSM.AX2Go aangemaakt (INSTANCE01). U hoeft dus niet eerst een instantie toe te voegen om met LSM.AX2Go te kunnen beginnen.

De volgende grafiek laat zien waar de benodigde gegevens voor een nieuwe instantie vandaan komen en hoe ze worden gebruikt:

  1. LSM.AX2Go-serverbeheer geïnstalleerd op de oude en de nieuwe server (zie Serverbeheer).
  1. Open het LSM.AX2Go-serverbeheer in het startmenu met beheerdersrechten.
  2. LSM.AX2Go-serverbeheer gaat open en geeft de actueel aanwezige instanties weer.
  3. Klik op de button Service toevoegen.
  4. Nieuwe instantie wordt aangemaakt.
  5. Voer in het veld LSM Project Name een projectnaam in.
    Deze projectnaam kan vrij worden gekozen. Deze dient echter ter identificatie van de bijbehorende LSM-database, daarom raadt SimonsVoss aan om dezelfde projectnaam te gebruiken als in de LSM.
  6. Voer in het veld LSM DB-pad het pad naar de LSM-database in (lsmdb.add).
    U kunt het pad bijv. uit het setup-veld van uw LSM kopiëren.
  7. OPMERKING

    notice

    Vereisten aan het pad naar lsmdb.add

    Het pad naar lsmdb.add moet (zoals in de LSM) een UNC-netwerkpad zijn (bijv. \\Servernaam\Delennaam\Pad).

    Dezelfde databank mag nog niet voor een andere instantie zijn gebruikt. Er is slechts één instantie mogelijk per databank.

  8. Wijzig indien nodig de automatisch geselecteerde LSM-servicepoort in het veld LSM Service Port.
  9. OPMERKING

    notice

    Openen van de LSM-servicepoort

    De LSM-servicepoort moet voor de toegewezen dienst worden geopend (inkomende en uitgaande verbindingen).

    Voorbeeld: Bij de instantie INSTANCE01 is de servicepoort 7213 ingesteld. Bij deze instantie hoort de dienst LSM.AX2Go Service. In de firewall moet voor de dienst LSM.AX2Go Service poort 7213 worden geopend voor inkomende en uitgaande verbindingen.

  10. De velden SimonsVoss ID: , licentiecode en e-mail worden later bij de registratie van de LSM.AX2Go automatisch ingevuld (zie Inbedrijfstelling en registratie).
  11. Klik op de button Toepassen om de instantie aan te maken.
  12. LSM-service-status verandert van Installeren naaronbekend
  13. Windows-dienst wordt aangemaakt.
  14. In de LSM.AX2Go-map wordt een nieuwe instantiemap aangemaakt (relevant voor back-up, zie ook Back-up voor LSM.AX2Go uitbreiden).
  15. Klik op de button Service starten.
  16. Dienst voor de zojuist aangemaakte instantie wordt gestart.
  1. Nieuwe instantie is bereikbaar en wacht op verbinding met de databank.

Ga verder met de inbedrijfstelling in de LSM.AX2Go-client (zie Inbedrijfstelling en registratie).