Filters beheren - LSM 3.5 SP3 Business + Prof.
Met de introductie van filters is het beheer van een sluitsysteem nog gemakkelijker geworden. U kunt verschillende filteropties kiezen en deze filters beschikbaar maken voor diverse personen of groepen van personen. Door het zichtbaar maken van extra kolommen krijgt u niet alleen meer informatie, maar met de filterfunctie kunt u de weergaven ook heel overzichtelijk houden.

- Nieuw
- Aanmaken van een nieuw filter
- Bewerken
- Bewerken van een geselecteerd filter
- Verwijderen
- Verwijderen van een geselecteerd filter
- Toepassen
- Het geselecteerde filter toepassen. Wanneer een filter in gebruik is, verandert de button in "Uitschakelen".
- Standaard instellen
- Dit filter is standaard in gebruik
- Beëindigen
- Het beheren van filters afsluiten en teruggaan naar de matrix
OPMERKING
Een filter blijft net zo lang actief tot het weer wordt uitgeschakeld!
Via de button "Nieuw" kunt u een nieuw filter aanmaken.

- Filternaam
- Geef een eensluidende naam aan het nieuwe filter.
- Beperking van gebruikers
- Gebruiker of gebruikersgroep die het filter mag toepassen.
- Type transponder
- Type transponder dat weergegeven moet worden.
- Transpondereigenschappen
- Beperkingen die de eigenschappen van de transponder betreffen (bijv. geldigheid of programmeerbehoefte).
- Lijst met transpondergroepen
- Beperkingen die de indeling van de transponder betreffen (bijv. transpondergroep "Directie").
- Type sluitelement
- Type sluitelement dat weergegeven moet worden.
- Deuren/sluitsysteemeigenschappen
- Beperkingen die de eigenschappen van het sluitelement betreffen (bijv. met netwerk of programmeerbehoefte).
- Zonelijst
- Beperkingen die de indeling van het sluitelement betreffen (bijv. zone "Poort").