RemoteDesktop-verbinding (tot LSM 3.5 SP1) - LSM 3.5 SP3 Business + Prof.

  1. SmartCD.MP en SmartCD.HF kunnen niet via de CommNode-agent worden doorgevoerd. Het doorvoeren gebeurt rechtstreeks via de RemoteDesktop-verbinding.
  1. Open de verbindingsinstellingen van de RemoteDesktop-sessie.
  2. Klik op de knop remotedesktop-sitzung verbindungseinstellungen: Optionen einblenden [offen] om de opties weer te geven.
  3. Ga naar de registerkaart Lokale bronnen.
  4. Klik op de knop Remotedesktop Einstellungen lokale: Weitere [offen].
  5. Controleer of het selectievakje Poorten is aangevinkt.
  6. Klik op de button OK.
  7. Maak verbinding met de RemoteDesktop.
  8. Druk tegelijkertijd op de Windows-toets en op R.
  9. Het venster Uitvoeren gaat open.
  10. Voer in het invoerveld CMD in.
  11. Klik op de button OK.
  12. Het venster Opdrachtprompt gaat open.
  13. Koppel de SmartCD.MP/SmartCD.HF los van de terminal client.
  14. Voer change port /q in.
  15. Het commando toont de uitvoer zonder aangesloten SmartCD.MP/SmartCD.HF.
  16. Sluit de SmartCD.MP/SmartCD.HF weer aan op de terminal client.
  17. Voer change port /q in.
  18. Het tweede commando toont de uitvoer met aangesloten SmartCD.MP/SmartCD.HF. Een nieuwe poort toegevoegd.
    In dit geval is COM-poort 8 de doorgestuurde SmartCD.MP/SmartCD.HF.
  19. Druk tegelijkertijd op de Windows-toets en op R.
  20. Het venster Uitvoeren gaat open.
  21. Voer het pad naar de map van de LSM-gebruikers in:
    %localappdata%\SimonsVoss\LockSysMgr\config\.
  22. Klik op de button OK.
  23. Explorer geeft de lijst met LSM-gebruikers weer.
  24. OPMERKING

    notice

    LSC-bestand voor LSM-gebruikers

    De LSM maakt op dit punt voor elke gebruiker die zich minstens eenmaal heeft aangemeld een configuratiebestand (.lsc) aan.

    1. Als er voor een gebruiker nog geen configuratiebestand aanwezig is, vraagt u de gebruiker zich bij de LSM aan te melden.
  25. Dubbelklik om het configuratiebestand te openen.
  26. Vul in dit bestand onder de regel [Common] de regel aan:
    CardReaderPort=<PORT>
  27. Vervang <PORT> door de eerder Opdrachtprompt bepaalde waarde.
  28. Het gewijzigde configuratiebestand opslaan.
  29. Vul de regel eventueel ook aan voor alle andere gebruikers in hun configuratiebestanden.
  30. Beëindig eventueel de LSM-sessie.
  31. Start de RemoteDesktop-sessie opnieuw.