RemoteDesktop-verbinding (vanaf LSM 3.5 SP2) - LSM 3.5 SP3 Business + Prof.
Vanaf LSM 3.5 SP2 kunt u de doorgestuurde RemoteDesktop-poorten voor elke hostnaam direct in de LSM beheren.
- De SmartStick AX kan niet via de CommNode Agent worden doorgevoerd. Het doorvoeren gebeurt rechtstreeks via de RemoteDesktop-verbinding.
- Open de verbindingsinstellingen van de RemoteDesktop-sessie.
- Klik op de knop remotedesktop-sitzung verbindungseinstellungen: Optionen einblenden [offen] om de opties weer te geven.
- Ga naar de registerkaart Lokale bronnen.

- Klik op de knop Remotedesktop Einstellungen lokale: Weitere [offen].
- Controleer of het selectievakje
Poorten is aangevinkt.

- Klik op de button OK.
- Maak verbinding met de RemoteDesktop.
- Druk tegelijkertijd op de Windows-toets en op R.
- Het venster Uitvoeren gaat open.

- Voer in het invoerveld CMD in.

- Klik op de button OK.
- Het venster Opdrachtprompt gaat open.
- Koppel de SmartStick AX los van de terminal client.
- Voer change port /q in.

- Het commando toont de uitvoer zonder aangesloten SmartStick AX.
- Sluit de SmartStick AX weer aan op de terminal client.
- Voer change port /q in.

- Het tweede commando toont de uitvoer met aangesloten SmartStick AX. Een nieuwe poort toegevoegd.
→ In dit geval is COM-poort 8 de doorgestuurde SmartStick AX. - Selecteer in de bovenste programmabalk via netwerk de invoer .
- Het venster Poorten van programmeeerapparaten voor terminalservers gaat open.

- Voer in het invoerveld Computer de hostnaam in.
- Voer in het invoerveld Smart Stick AX Port de in het venster Opdrachtprompt bepaalde poort in.

- Klik op de knop opslaan.
- Regel voor hostnaam en poort wordt aangemaakt.

- Beëindig eventueel de LSM-sessie.
- Start de RemoteDesktop-sessie opnieuw.