CommNodeAgent - LSM 3.5 SP3 Business + Prof.

De CommNodeAgent is een SimonsVoss-toepassing (alleen volwaardige Windows-systemen, geen Windows RT) voor het gebruik van de actieve SmartCD's (SmartCD.G2 / SmartCD2.G2) in een RemoteDesktop-sessie. De CommNodeAgent neemt de overdracht van de USB SmartCD naar de gewenste RemoteDesktop-sessie over. De CommNodeAgent moet op de terminal-client zijn geïnstalleerd en tevens in de LSM overeenkomstig geconfigureerd zijn.

  1. Vrije USB-poort op de terminal-client
  2. Poortvrijgaven in de firewall (zie SimonsVoss-communicatiematrix)
  3. Bidirectionele DNS-resolutie client server
  4. CommNodeAgent-versie identiek of compatibel met de LSM-versie
  1. Installeer de CommNodeAgent en de SmartCD-drivers op de terminal client.
  2. Selecteer in de bovenste programmabalk via netwerk de invoer Communicatieknooppunt.
  3. Klik op de knop nieuw.
  4. Voer in het invoerveld Naam een vrij te kiezen naam voor het communicatieknooppunt in, bijv. CommNodeAgent.
  5. Voer de hostnaam van de terminal client in het invoerveld Computernaam in.
  6. Klik op de knop overnemen.
  7. Klik op de knop Configbestanden om bestanden naar keuze op te slaan.
  8. Om de configuratiebestanden over te dragen, kopieert u de drie aangemaakte XML-configuratiebestanden uit de bovenstaande stappen naar de installatiemap van de CommNodeAgent.
  9. Voer CommNodeAgent.xe LSM altijd als administrator uit.
  10. Om de SmartCD aan de CommNodeAgent toe te voegen, selecteert u in de bovenste programmabalk via netwerk de optie Communicatieknooppunt.
  11. Klik op de knop toevoegen.
  12. Het venster Aansluiting configureren gaat open.
  13. Selecteer in het volgende dialoogvenster, in het dropdownmenu Apparaat de invoer in het SmartCD.
  14. Vink het hokje Autoconfiguratie van de Com Port aan.
  15. Klik op de button OK.
  16. Klik op de knop Verzenden.
  17. Selecteer in de bovenste programmabalk via netwerk de invoer Terminalserver-Client instellingen.
  18. Vink het hokje Terminalclient naam zoeken aan.
  19. De instellingen van de terminal server-client worden gecontroleerd.