Configuratie - SmartRelais 3-systeem
Met de LSM-software kunt u de controller en de lezers van het SREL3-ADV-systeem programmeren en configureren. Andere componenten van het SREL3-ADV-systeem hoeven niet geprogrammeerd te worden.
OPMERKING
Eerste programmering via USB
De controller kan via TCP/IP worden opgeroepen. Maar in de uitlevermodus is er geen IP-adres toegewezen. Daarom moet de eerste programmering, waarbij een IP-adres wordt toegewezen, worden uitgevoerd met een USB-verbinding.
- Componenten van spanning voorzien.
- Controller met USB-kabel op pc aangesloten.
- Lezer op de controller aangesloten (zie Bedrading).
- LSM geïnstalleerd en als administrator opgestart.
- Aan systeemvoorwaarden voldaan.
- Communicatieknooppunt ingericht (VNHost en CommNode, zie LSM-manual).
- Leg een nieuw G2-sluitsysteem aan.
- Open de instellingen van het sluitsysteem door te klikken op de button ....
- Ga naar de registerkaart Kaartbeheer G2.
- Open het dropdown-menu .
- Selecteer uw type kaart.
- Open het dropdown-menu .
- Selecteer een configuratie.
OPMERKING
Geschikte configuraties
Voor het gebruik in een sluitsysteem met een SREL3-ADV-systeem zijn uitsluitend AV-configuraties geschikt.
- Klik op de button overnemen.
- Klik op de button beëindigen.
- De Matrix-weergave wordt weer zichtbaar.
- Leg een nieuw sluitsysteem van het type G2-Smart Relay 3 aan.
- Open de instellingen door dubbel te klikken op de vermelding van het SmartRelais 3 in de Matrix.
- Ga naar de registerkaart IP-instellingen (Hulp voor de IP-instellingen, zie IP-instellingen bepalen).
- Voer een IP-adres in.
- Voer een IP-subnetmasker in.
- Open het dropdown-menu .
- Selecteer een bijpassend communicatieknooppunt (wanneer u nog geen communicatieknooppunt voor de dienst hebt aangemaakt, moet u er eerst een aanleggen. Zie Communicatieknooppunt aanmaken).

OPMERKING
Keuze van het communicatieknooppunt
Wanneer u gebruik maakt van een CommNode-server én een VNHost-server (gebruik van tasks of events naast het virtuele netwerk), dan selecteert u hier de invoer CommNodeServer.
Wanneer u alleen gebruik maakt van een VNHost-server (gebruik van een virtueel netwerk), dan selecteert u hier de invoer VNHost.
Wanneer u van geen van beide gebruik maakt, dan selecteert u hier de invoer GUINode.
- Klik op de button overnemen.
- Klik op de button beëindigen.
- Open het contextmenu met een klik op de rechtermuistoets op de invoer van het SmartRelais 3 in de Matrix.
- Kies de invoer uit.

- Selecteer in het programmeringsvenster USB-verbinding naar het TCP-knooppunt.

- Klik op de button programmeren.
- De programmering begint.
- Wacht het programmeren af.
- Selecteer via netwerk de invoer .

- Mocht u meer dan één communicatieknooppunt hebben aangemaakt, ga dan naar uw zojuist aangemaakte communicatieknooppunt. Gebruik de toetsen
of
en
of
. - Sluit de dienst SimonsVoss VNHost Server af of de SimonsVoss CommNode Server.
- Klik op de button Configbestanden.
- Open de Windows-diensten.
- Bewaar de Config-bestanden van de dienst lokaal op uw pc.
- Kopieer de lokaal bewaarde Config-bestanden naar de installatiemap van de dienst (standaard: C:\Programme (x86)\SimonsVoss\VNHost bzw. C:\Program Files (x86)\SimonsVoss\CommNodeSvr_3_4).
OPMERKING
Alle drie de XML-bestanden moeten direct naar de installatiemap gekopieerd worden, niet in een ondermap.
- Open de dienst SimonsVoss VNHost Server of de SimonsVoss CommNode Server.
OPMERKING
Controleer met een klik op de button Ping of de dienst draait en reageert. Wanneer de dienst reageert, kunt u doorgaan. Anders probeert u opnieuw de dienst te starten.
- Klik in de LSM op de button Verzenden.
- De controller is via het netwerk te bereiken.
- Beëindig de diensten SimonsVoss VNHost Server en SimonsVoss CommNode Server.
- Richt uw back-up opnieuw in (zie LSM-manual).
- Open de diensten SimonsVoss VNHost Server en SimonsVoss CommNode Server opnieuw.
- De controller is via het netwerk te bereiken en knippert blauw.