Aansluiting van één of meerdere tasters - SmartRelais 3-systeem

Tasters worden in principe altijd aangesloten op de digitale ingangen van de controller. Per controller kunnen maximaal drie tasters worden aangesloten (zie Controller). De functie van de taster kan in de LSM geconfigureerd worden. De ingangen zijn in ongeschakelde toestand low, dus logisch 0. Ze worden als high herkend wanneer de toegevoerde spanning een bepaalde drempelwaarde overschrijdt (zie Eigenschappen). De overschrijding van deze drempelwaarde is realiseerbaar (als afgebeeld) door een verbinding met de bedrijfsspanning van de controller. Daarnaast kan ook een willekeurige spanning binnen de specificaties (zie Eigenschappen) met een gemeenschappelijke referentiepotentiaal naar de controller worden gebruikt.

Optie 1: Gebruik van de I+-aansluiting

Voor vereenvoudiging van het gebruik van tasters staat naast de digitale ingangen een uitgang ter beschikking, die de bedrijfsspanning - 1 VDC levert. De uitgang kan worden gebruikt om de ingangen op een hogere spanning dan de drempelwaarde te brengen en daarmee op logisch 1 te schakelen.

Optie 2: Gebruik van VIN

Wanneer I+ niet gebruikt mag worden, kan een andere spanning met gemeenschappelijke referentiepotentiaal (identieke massa) naar de controller worden gebruikt, in dit geval van de voedingseenheid. Deze mogelijkheid is aan te bevelen wanneer een voedingseenheid en een taster weliswaar dicht bij elkaar liggen, maar op grote afstand van de controller. In dit geval kan het aanleggen van een extra leiding (namelijk van I+) achterwege blijven.