Totaaloverzicht - SmartRelais 3-systeem

Communicatie van de controller met de LSM

De controller communiceert niet rechtstreeks met de database. Bij de communicatie tussen de controller en de database moet een onderscheid gemaakt worden.

  • Gebruik in het virtuele netwerk: de controller wordt aan de ene kant geprogrammeerd door de LSM en aan de andere kant vraagt de controller zelf informatie op over het herkende ID-medium bij de VNHost.
  • Gebruik zonder virtueel netwerk: de controller vraagt zelfstandig geen informatie op. Wijzigingen moeten geprogrammeerd worden.

Gebeurtenissen bij de controller, zoals een ingedrukte toets, worden via de CommNode aan de LSM-database gezonden.

Communicatie van de controller met de componenten

Een gebruiker kan zich bij één tot drie lezers aanmelden met een ID-medium. De lezer geeft de gecodeerde informatie door aan de controller (die zich in een beveiligde zone bevindt). De controller beoordeelt de informatie.

  • Gebruik in het virtuele netwerk: de controller vergelijkt de informatie met de VNHost.
  • Gebruik zonder virtueel netwerk: de controller roept de lokaal opgeslagen gegevens uit de laatste programmering opnieuw op.

Bij een geslaagde controle van de rechten kan de controller:

  • een intern relais schakelen waarmee andermaal externe apparatuur aangestuurd kan worden.
  • een herkend identificatiemedium via de seriële poort aan een extern apparaat zenden.
  • een of meer uitgangen via een optionele keten SmartOutput-modules schakelen.

Naast de geslaagde identificatie kan de controller ook reageren op een digitale ingang en derhalve op een aangesloten toets of iets dergelijks reageren.