Gebruik als interface - SmartRelais 3-systeem

Het SREL3-ADV-systeem kan gebruikt worden om met de identificatiemedia een extern systeem aan te sturen. Hiervoor kunnen de gespecificeerde interfaces worden gekozen (zie Controller). Voor de bedrading, zie Gebruik van de seriële interface). Uitgebreide specificaties van de aangeboden interfaces zijn verkrijgbaar via de Support (zie Hulp en contact). Wanneer gegevens via de seriële poort moeten worden doorgegeven, moet deze eerste geactiveerd worden en moet het betreffende protocol ingesteld worden:

  1. De controller is al geprogrammeerd.
  2. Componenten naar behoren aangesloten (zie Bedrading).
  3. Componenten van spanning voorzien.
  1. Open de instellingen door dubbel te klikken op de vermelding van het SmartRelais 3 in de Matrix.
  2. Ga naar de registerkaart Configuratie / data.
  3. kik op de button Uitgebreide configuratie.
  4. Het venster Uitgebreide configuratie gaat open.
  5. Open het dropdownmenu seriële poort.
  6. Kies de vermelding die bij uw externe systeem past.
  7. Klik op de button OK.
  8. Het venster gaat dicht.
  9. Klik op de button overnemen.
  10. Klik op de button beëindigen.
  11. Voer een programmering uit (zie Programmering).
  1. Gegevens worden nu gevoerd via de seriële poort.