Lift - SmartRelais 3-systeem
De lift is een geval op zich. Liftkooien zijn meestal met een liftkabel verbonden met hun omgeving. Maar het aantal mogelijke leidingen binnen de liftkabel is beperkt. Het SREL3-ADV-systeem heeft afhankelijk van de configuratie een verschillend aantal leidingen nodig.
In de lift is het gebruik van één of meerdere SmartOutput-modules sterk aan te bevelen, om voldoende relaiscontacten ter beschikking te hebben. Daar komt bij dat de controller op de liftkooi gemonteerd zou moeten worden, of er een netwerkverbinding door de liftkabel nodig zou zijn.
Wanneer er gebruik wordt gemaakt van één of meerdere SmartOutput-modules, dan kan een effectieve toegangscontrole al in de lift gerealiseerd worden, door afhankelijk van de autorisatie alleen toetsen voor bepaalde etages te activeren.
De lezer en de SmartOutput-module worden in de lift geïnstalleerd. De gebruiker identificeert zich met het identificatiemedium in de lift.
Doordat de communicatie van de lezer met de controller en de LSM beveiligd is, kan niemand gegevens manipuleren. Zodra de gegevens de controller bereiken, worden ze door de controller beoordeeld. Bij een bestaand virtueel netwerk en verbinding met de LSM (Ethernet) wordt actuele informatie door het identificatiemedium opgeroepen, of anders wordt de laatste intern bewaarde status gebruikt. Afhankelijk van het resultaat van de beoordeling initieert de controller de bijbehorende actie, bijvoorbeeld het schakelen van een relais.
LET OP
Storende stralingen in de liftkabel
Leidingen in de liftkabel die gegevens moeten doorgeven, dienen afgeschermd te zijn (zie ook Informatie over de bedrading).