Speciale transponder-ID's (TID's) - LSM 3.6 SP1 Basic

De volgende transponder-ID's hebben een speciale functie en zijn daarom gereserveerd:

transponder-ID

Functie

Beschrijving

0

Noodopening

Maakt het activeren van sluitelementen mogelijk, ook als deze gedeactiveerd zijn of als gevolg van lege batterijen in de freezemodus staan (Freezemodus bij G2-sluitelementen resetten). Om een noodopening uit te voeren, moet het wachtwoord sluitsysteem bekend zijn (=zelfde databank of input van het wachtwoord sluitsysteem). Uitzondering: bij de LSM Mobile kan de noodopening met een tijdelijk wachtwoord worden beveiligd, het eigenlijke wachtwoord sluitsysteem wordt versleuteld in de LSM Mobile opgeslagen en hoeft niet te worden verstrekt.

1

Noodvrijschakeling

Activeert het sluitelement permanent om bijvoorbeeld bij brand snel toegang te bieden. Wordt beëindigd door een opening op afstand of door de Control Device AX (Einde van de noodontgrendeling / noodopening).

2

Bovengeschikt sluitniveau (groen)

Maakt het gebruik van de transponder in meerdere sluitsystemen van dezelfde databank mogelijk: details zie Bovengeschikt sluitniveau.

3

Deactivering

Deactiveert sluitelementen. Het sluitelement weigert vervolgens alle identificatiemedia totdat het weer wordt geactiveerd. De activering is mogelijk door:

  • Control Device AX: activering
  • Activeringstransponder of activeringskaart (zie Activeringstransponder)
  • Programmeerapparaat en sluiting activeren

4

Bovengeschikt sluitniveau (blauw)

Maakt het gebruik van de transponder in meerdere sluitsystemen van dezelfde databank mogelijk: details zie Bovengeschikt sluitniveau.

5

Activering

Maakt de deactivering van sluitelementen ongedaan. Deze kunnen vervolgens op de gebruikelijke wijze worden bediend (zie Activeringstransponder).

6

Bovengeschikt sluitniveau (rood)

Maakt het gebruik van de transponder in meerdere sluitsystemen van dezelfde databank mogelijk: details zie Bovengeschikt sluitniveau. Ondersteunt extra functies die bestemd zijn voor brandweerinzet, bijvoorbeeld het openen van gedeactiveerde sluitelementen.

7

Batterijvervangingstransponder

Maakt het mogelijk om sluitelementen kortstondig te activeren, ook als deze zich vanwege zwakke batterijen al in de freezemodus bevinden (zie G2-batterijvervangingstransponder). De batterijvervangingstransponder zelf bedient het sluitelement niet, hiervoor hebt u een extra transponder met de juiste rechten nodig.