Configuratie/gegevens - LSM 3.5 SP3 Basic

Deze registerkaart is verdeeld in twee zijden:
- de linkerzijde toont de gewenste status van het sluitelement – d.w.z. de status die doelgericht is geconfigureerd in de LSM-software.
- aan de rechterzijde is de actuele status van het sluitelement weergegeven – d.w.z. de status die het laatst geprogrammeerd is.
De volgende kenmerken kunnen afhankelijk van het type sluitelement geactiveerd worden.
- Toegangscontrole
- Mogelijkheid om de passages te protocolleren. Deze functie werkt alleen bij componenten met ZK-functie.
- Vraag eerst of het gebruik van deze optie in uw individuele omgeving is toegestaan, bijv. aan de OR of de functionaris voor gegevensbescherming.
- Protocolleren van onbevoegde toegangspogingen
- Afgewezen transponderboekingen worden in het sluitelement bewaard. Dit geldt enkel voor identificatiemedia die tot hetzelfde sluitsysteem behoren.
- Gateway
- Optie voor het gebruik van Gateways. Alleen bij SmartRelais beschikbaar.
- Flip Flop
- Na het activeren van een transponder schakelt het sluitelement in en blijft net zolang actief totdat er opnieuw een transponder wordt geactiveerd.
- Geen akoestische batterijsignalen
- Bij het activeren van deze functie worden er geen akoestische signalen over de status van de batterij in de componenten afgegeven
- Geen akoestische programmeerbewijzen
- Bij het programmeren bevestigt het sluitelement de procedure niet met hoorbare signalen.
- Kaarteninterface
- De kaarteninterface verbinden met het sluitelement.
- Uitgebreide configuratie
- Leg uitgebreide configuraties, bijv. een tijdgestuurde omstelling van het sluitelement vast.
- Software Reset
- Button voor het resetten van de actuele toestand in de LSM-software. Deze voorgang wordt geteld en links ernaast weergegeven.