SmartRelais 3 - LSM 3.5 SP3 Basic

Deze registerkaart is in tweeën gedeeld.

  • Het bereik status geeft de gewenste status van het sluitelement aan. Dit is de status die de bediener wenst en in de LSM heeft geconfigureerd, maar die mogelijk nog niet in het SREL3-3-ADV-systeem is geprogrammeerd.
  • Het bereik doel geeft de actuele status van het sluitelement aan. Dit is de laatste status die in het SREL3-ADV-systeem is geprogrammeerd.

Afhankelijk van het type sluitelement kunnen de volgende kenmerken geactiveerd worden.

  • Pulslengte
  • Hier geeft u de waarde voor de impulsduur van de schakelpuls in seconden aan (0 tot 25 sec.) Als de waarde bijvoorbeeld drie seconden bedraagt, wordt een deuropener drie seconden lang vrijgeschakeld voordat hij weer sluit.
  • toegangscontrole
  • De toegangscontrole is alleen beschikbaar in de ZK-variant. De laatste betreffende transponderactiveringen worden met datum en tijdstip opgeslagen.
  • onbevoegde toegangen protocolleren
  • De protocollering van onbevoegde toegangspogingen is alleen beschikbaar in de ZK-variant. Wanneer u deze optie activeert, worden naast de activeringen door bevoegde transponders ook de pogingen tot activering met onbevoegde transponders geregistreerd.
  • Gateway
  • Het SmartRelais kan worden gebruikt als Gateway (zie Gateway-functie).
  • flip flop
  • Het in de controller gebruikte relais werkt standaard als een Monoflop (impulsopening). Wanneer u deze optie activeert, dan wordt de ingestelde pulsduur genegeerd en het relais net zolang geschakeld totdat er opnieuw een bevoegd identificatiemedium wordt bediend. Deze optie is aanbevelenswaardig wanneer verlichting, machines en vergelijkbare apparaten moeten worden aangestuurd.
  • LET OP

    Beschadiging door duurstroom

    Apparaten die zijn ontworpen voor impulsopening, zijn eventueel niet geschikt voor duurstroom. Let erop dat de gebruikte voedingseenheden en apparaten (bijv. Deuropeners) geschikt zijn voor duurstroom.

  • Modus dichtbijgelegen bereik
  • In Near-Field-modus wordt het leesbereik in het B-veld van de lezer kleiner (zie NFC-optie).
  • Activerings- resp. vervaldatum negeren
  • Transponders kunnen voorzien zijn van een geldigheidsdatum. Wanneer u de transponders ook buiten deze geldigheidsdatum bevoegd wilt maken, kunt u deze optie activeren.
  • Kaartinterface
  • Deze optie mag niet veranderd worden. Hiermee kan de LSM bij de programmering automatisch herkennen of de aangesloten lezer een hybride uitvoering is. Wanneer u deze optie met de hand wijzigt, functioneert deze herkenning niet meer.