RS-485: voorbereide installatie (bouwterrein-whitelist) - Step by Step WO
Soms is het noodzakelijk dat de sluitelementen op een bouwplaats gemonteerd worden voordat de noodzakelijke infrastructuur (stroomaansluitingen, IT-uitrusting of integratorsysteem) beschikbaar is.
In dit geval kunt u uw sluitelementen van tevoren tijdelijk offline gebruiken tot de netwerkinfrastructuur gebruiksklaar is. Daartoe geeft u kaarten vrij die door bouwvakkers gebruikt kunnen worden.
Voorbereiding bij de installateur
Uw sluitelementen kunnen in de doos blijven.
- Netwerkswitch aanwezig
(in het beste geval voor alle GatewayNodes en PoE-compatibel). Is nodig voor de configuratie van alle componenten in één keer (alleen bij TCP). - Netwerkkabel voor de aansluiting van elke GatewayNode beschikbaar.
- Indien mogelijk alle latere GatewayNodes op een afzonderlijk netwerk aangesloten.
- Definitieve IP-configuratie bekend (evt. opvragen bij de eindklant).
- SmartIntego-componenten reeds geleverd.
- Naamlijst voor de deur bekend (evt. bij de eindklant opvragen).
- Kaarten voor de overgangsfase aanwezig (MIFARE Classic of MIFARE DESFire).
- Markeren van de componenten.
- Stel eventueel de namenlijst van de deuren in (zie Namenlijst aanmaken, uitbreiden en importeren).
- Maak de systeemdocumentatie aan (zie Systeem documenteren). Uit de systeemdocumentatie blijkt wat er waar is gemonteerd.
- Sluit uw GatewayNodes aan (kabelsegmenten zoals in het project).
- Installeer de SmartIntego Tool (WO) (zie SmartIntego Tool installeren).
- Maak uw SmartIntego-project aan (zie SmartIntego-project aanmaken).
- Stel uw kaartenconfiguratie in (zie Kaartenconfiguratie instellen).
- Stel de Construction Site Whitelist in (zie Construction Site Whitelist aanmaken, wijzigen en wissen).
- Configureer de SmartIntego Manager (zie SmartIntego Manager inrichten).
- Voeg meerdere RS-485-gatewaynodes toe (zie RS-485: Meerdere GatewayNodes toevoegen).
- Voeg handmatig meerdere LockNodes toe (zie Meerdere LockNodes toevoegen (handmatig)) en vul handmatig andere LockNodes aan (zie Afzonderlijke LockNodes toevoegen).
- Importeer eventueel namenlijst van de deuren in de SmartIntego Manager (zie Deurnamenlijst in SmartIntego Manager importeren).
- Beheer zo nodig uw sluitelementen in de SmartIntego Tool (WO) (zie Sluitelementen in de SmartIntego Tool (WO) beheren).
- Programmeer uw sluitelementen (zie Meerdere sluitelementen programmeren).
- Herhaal de stappen 10, 12, 13, 15 en 16 voor elk kabelsegment.
Montage bij de klant
- Monteer de sluitelementen in het object.
- Verstrek de kaarten (indien nog niet gebeurd).
LET OP
Batterijen leeg maken
Gebruik uitsluitend via de whitelist is slechts tijdelijk aan te bevelen. De sluitelementen geven geen batterij-alarmen. U wordt niet over zwakke batterijen geïnformeerd.
- Configureer de infrastructuur voor uw sluitsysteem in het object.
- Monteer uw GatewayNodes.
- Controleer het WaveNet (zie WaveNet controleren).
- Verplaats evt. meerdere sluitelementen (zie Sluitelementen verplaatsen (aan andere GatewayNode toewijzen)).
- Verbind na wijzigingen uw SmartIntego-sluitsysteem met het integratorsysteem (zie SmartIntego op het integratorsysteem aansluiten).
- Test het systeem.
- Wis de Construction Site Whitelist (zie Construction-Site-Whitelist wissen).
Vergelijk na wijzigingen altijd uw SmartIntego-sluitsysteem met het integratorsysteem.