RS-485: voorbereide installatie (bouwterrein-whitelist) - Step by Step WO

Soms is het noodzakelijk dat de sluitelementen op een bouwplaats gemonteerd worden voordat de noodzakelijke infrastructuur (stroomaansluitingen, IT-uitrusting of integratorsysteem) beschikbaar is.

In dit geval kunt u uw sluitelementen van tevoren tijdelijk offline gebruiken tot de netwerkinfrastructuur gebruiksklaar is. Daartoe geeft u kaarten vrij die door bouwvakkers gebruikt kunnen worden.

Voorbereiding bij de installateur

Uw sluitelementen kunnen in de doos blijven.

  1. Netwerkswitch aanwezig
    (in het beste geval voor alle GatewayNodes en PoE-compatibel). Is nodig voor de configuratie van alle componenten in één keer (alleen bij TCP).
  2. Netwerkkabel voor de aansluiting van elke GatewayNode beschikbaar.
  3. Indien mogelijk alle latere GatewayNodes op een afzonderlijk netwerk aangesloten.
  4. Definitieve IP-configuratie bekend (evt. opvragen bij de eindklant).
  5. SmartIntego-componenten reeds geleverd.
  6. Naamlijst voor de deur bekend (evt. bij de eindklant opvragen).
  7. Kaarten voor de overgangsfase aanwezig (MIFARE Classic of MIFARE DESFire).
  1. Markeren van de componenten.
  2. Stel eventueel de namenlijst van de deuren in (zie Namenlijst aanmaken, uitbreiden en importeren).
  3. Maak de systeemdocumentatie aan (zie Systeem documenteren). Uit de systeemdocumentatie blijkt wat er waar is gemonteerd.
  4. Sluit uw GatewayNodes aan (kabelsegmenten zoals in het project).
  5. Installeer de SmartIntego Tool (WO) (zie SmartIntego Tool installeren).
  6. Maak uw SmartIntego-project aan (zie SmartIntego-project aanmaken).
  7. Stel uw kaartenconfiguratie in (zie Kaartenconfiguratie instellen).
  8. Stel de Construction Site Whitelist in (zie Construction Site Whitelist aanmaken, wijzigen en wissen).
  9. Configureer de SmartIntego Manager (zie SmartIntego Manager inrichten).
  10. Voeg meerdere RS-485-gatewaynodes toe (zie RS-485: Meerdere GatewayNodes toevoegen).
  11. Voeg handmatig meerdere LockNodes toe (zie Meerdere LockNodes toevoegen (handmatig)) en vul handmatig andere LockNodes aan (zie Afzonderlijke LockNodes toevoegen).
  12. Importeer eventueel namenlijst van de deuren in de SmartIntego Manager (zie Deurnamenlijst in SmartIntego Manager importeren).
  13. Beheer zo nodig uw sluitelementen in de SmartIntego Tool (WO) (zie Sluitelementen in de SmartIntego Tool (WO) beheren).
  14. Programmeer uw sluitelementen (zie Meerdere sluitelementen programmeren).
  15. Herhaal de stappen 10, 12, 13, 15 en 16 voor elk kabelsegment.

Montage bij de klant

  1. Monteer de sluitelementen in het object.
  2. Verstrek de kaarten (indien nog niet gebeurd).
  3. LET OP

    Batterijen leeg maken

    Gebruik uitsluitend via de whitelist is slechts tijdelijk aan te bevelen. De sluitelementen geven geen batterij-alarmen. U wordt niet over zwakke batterijen geïnformeerd.

  4. Configureer de infrastructuur voor uw sluitsysteem in het object.
  5. Monteer uw GatewayNodes.
  6. Controleer het WaveNet (zie WaveNet controleren).
  7. Verplaats evt. meerdere sluitelementen (zie Sluitelementen verplaatsen (aan andere GatewayNode toewijzen)).
  8. Verbind na wijzigingen uw SmartIntego-sluitsysteem met het integratorsysteem (zie SmartIntego op het integratorsysteem aansluiten).
  9. Test het systeem.
  10. Wis de Construction Site Whitelist (zie Construction-Site-Whitelist wissen).

Vergelijk na wijzigingen altijd uw SmartIntego-sluitsysteem met het integratorsysteem.