TCP: Voorbereide installatie (Integrator Whitelist) - Step by Step WO

Soms moet u de sluitelementen van tevoren monteren, omdat u ze tijdens de configuratie niet kunt wegleggen.

In dit geval kunt u uw sluitelementen van tevoren tijdelijk offline gebruiken tot de netwerkinfrastructuur gebruiksklaar is. Daarvoor geeft de integrator met een eigen whitelist kaarten vrij die bij de sluitelementen kunnen worden gebruikt.

Voorbereiding bij de installateur

Uw sluitelementen kunnen in de doos blijven.

  1. Netwerkswitch aanwezig
    (in het beste geval voor alle GatewayNodes en PoE-compatibel). Is nodig voor de configuratie van alle componenten in één keer (alleen bij TCP).
  2. Netwerkkabel voor de aansluiting van elke GatewayNode beschikbaar.
  3. Indien mogelijk alle latere GatewayNodes op een afzonderlijk netwerk aangesloten.
  4. Definitieve IP-configuratie bekend (evt. opvragen bij de eindklant).
  5. SmartIntego-componenten reeds geleverd.
  6. Naamlijst voor de deur bekend (evt. bij de eindklant opvragen).
  7. Kaarten voor de overgangsfase aanwezig (MIFARE Classic of MIFARE DESFire).
  8. Integratorsysteem voorbereid.
  1. Markeren van de componenten.
  2. Stel de lijst met namen van de deuren in (zie Namenlijst aanmaken, uitbreiden en importeren).
  3. Maak de systeemdocumentatie aan (zie Systeem documenteren). Uit de systeemdocumentatie blijkt wat er waar is gemonteerd.
  4. Configureer uw GatewayNodes (zie GatewayNodes configureren (TCP)).
  5. Installeer de SmartIntego Tool (WO) (zie SmartIntego Tool installeren).
  6. Maak uw SmartIntego-project aan (zie SmartIntego-project aanmaken).
  7. Stel uw kaartenconfiguratie in (zie Kaartenconfiguratie instellen).
  8. Configureer de SmartIntego Manager (zie SmartIntego Manager inrichten).
  9. Voeg meerdere GatewayNodes toe (IP-bereik) (zie TCP: meerdere GatewayNodes toevoegen (IP-bereik)).
  10. Voeg meerdere LockNodes automatisch toe (zie Meerdere LockNodes toevoegen (automatisch)) en vul evt. andere LockNodes handmatig aan (zie Afzonderlijke LockNodes toevoegen).
  11. Beheer zo nodig uw sluitelementen in de SmartIntego Tool (WO) (zie Sluitelementen in de SmartIntego Tool (WO) beheren).
  12. Programmeer uw sluitelementen (zie Meerdere sluitelementen programmeren).
  13. Verbind na wijzigingen uw SmartIntego-sluitsysteem met het integratorsysteem (zie SmartIntego op het integratorsysteem aansluiten).
  14. Draag de integrator-whitelist met het integratorsysteem over op uw sluitelementen.

Montage bij de klant

  1. Configureer de infrastructuur voor uw sluitsysteem in het object.
  2. Monteer uw GatewayNodes.
  3. Monteer de sluitelementen in het object.
  4. LET OP

    Batterijen leeg maken

    Gebruik uitsluitend via de whitelist is slechts tijdelijk aan te bevelen. De sluitelementen geven geen batterij-alarmen. U wordt niet over zwakke batterijen geïnformeerd.

  5. Verstrek de kaarten (indien nog niet gebeurd).
  6. Wijs de LockNodes toe aan de actuele GatewayNodes (zie LockNodes automatisch toewijzen).
  7. Verbind na wijzigingen uw SmartIntego-sluitsysteem met het integratorsysteem (zie SmartIntego op het integratorsysteem aansluiten).
  8. Test het systeem.

Vergelijk na wijzigingen altijd uw SmartIntego-sluitsysteem met het integratorsysteem.