Netwerk - Cilinder (Z4) DoorMonitoring
Met de DoorMonitoring-cilinder kan de deurstatus binnen seconden aan de LSM worden verstuurd. De informatie wordt via het SimonsVoss WaveNet-netwerk doorgegeven
Uitgebreide informatie over de WaveNet-installatie vindt u in het WaveNet-manual op de homepage van SimonsVoss
Hardware installeren
De eenvoudigste installatie is de uitvoering met een CentralNode en een LN.I
- WNM.CN.UR.IO: CentralNode met USB-verbinding naar de pc en zendinterface voor de sluitelementen
- WNM.LN.I: netwerkkapje voor een TN4-cilinder voor de directe netwerkintegratie
- Er is een database aangemaakt
- Er is een sluitplan aangemaakt
- Er is een Door Monitoring-cilinder aangemaakt en geprogrammeerd
- Er is een transponder aangemaakt en geprogrammeerd met rechten voor de DM-cilinder
- De CentralNode is met een USB-kabel op de pc aangesloten
- De drivers voor de CentralNode zijn geïnstalleerd
- De WaveNet Manager is geïnstalleerd
- De LSM is geopend

- Start de Wavenet Manager (Netwerk > WaveNetManager)
- Stel het pad in voor de WaveNet Manager.exe en het te exporteren bestand
- Klik op [Starten]

- Bepaal een wachtwoord voor de WaveNet-componenten. Bevestig met [OK]
- De WaveNet Manager wordt gestart

- Begin met het beheer door te dubbelklikken op 'WaveNet_11_5' of 'WaveNet_ 8_8'
- Het systeembeheer gaat open

- Selecteer 'Toevoegen CN_U(X), CN_S(X), RN_E(X) of RN_W(X)'. Bevestig met [OK]
- Verander, indien nodig, de zendfrequentie. Bevestig met [Ja]
- De CentralNode maakt deel uit van de topologie

- Klik twee keer op de invoer voor de CentralNode
- Het systeembeheer voor de CentralNode gaat open

- Markeer 'Zoeken naar Chip-ID'. Bevestig met [OK]
- Voer de Chip-ID van het netwerkkapje in. De Chip-ID is te vinden op de verpakking van het netwerkkapje en de binnenzijde van het kapje. Bevestig met [Starten]
- De LN.I is toegewezen aan de CentralNode
- [Overnemen] en [Beëindigen]
- Het venster om de topologie te importeren gaat open

- Bevestig met [OK]
- Klik twee keer op de cilinder in het sluitplan. Hierdoor gaan de eigenschappen van de cilinder open
- Open het register 'Deur'

- Wijzig in het bereik 'Programmeerapparaat' het type van Config Device naar WaveNet-knooppunt, zodat programmeertaken via het netwerk worden uitgevoerd
- Bevestig met [Overnemen] en [Beëindigen]
- Het netwerk is nu compleet geconfigureerd
- Programmeertaken worden nu via het WaveNet-knooppunt uitgevoerd
Gebundelde taken
Programmeer meerdere sluitelementen tegelijk met behulp van 'Gebundelde taken'
- Klik op 'Netwerk' en selecteer 'Gebundelde taken' » 'Wavenet-knooppunt'
- Markeer de componenten die geprogrammeerd moeten worden
- Klik op [Automatisch configureren]
- De programmeertaken worden via het netwerk verdeeld
Statuswijziging doorgeven
Het doorgeven van de statuswijzigingen moet voor de sluitelementen geactiveerd worden
- Klik in het menu op 'Netwerk' en selecteer 'WaveNet beheren'

- Selecteer in het segmentbeheer het betreffende netwerksegment met het sluitelement
- Markeer het sluitelement en open de [Eigenschappen]

- Markeer in het bereik 'Configuratie' 'Doorgeven van de gebeurtenissen activeren'
- Klik op 'Programmeren'
- Het doorgeven van de gebeurtenissen is ingesteld
LockNode resetten / vervangen
Wanneer de DM-cilinder na de configuratie en de inbedrijfstelling de statuswijzigingen toch niet automatisch doorgeeft aan de deur, dan is de LockNode mogelijk verkeerd geconfigureerd. In dit geval moet de LockNode gereset worden. Op dezelfde manier kan een LockNode ook vervangen worden.
- Het sluitplan is geopend
- In het sluitplan is de kolom 'Netwerk' zichtbaar
- Bepaal het WaveNet-adres van de LockNode. Ga met de muis naar de 'W' van het sluitelement en noteer het adres
- Open de Wavenet Manager via 'Netwerk' » 'WaveNetManager'
- Klik met de rechter muistoets op het sluitelement
- Wanneer de LockNode gereset moet worden, selecteert u 'Vervangen met Chip-ID' en behoudt u de ingevoerde ID
- Wanneer de LockNode vervangen moet worden, voert u de nieuwe Chip-ID in
- Activeer het doorgeven van gebeurtenissen via 'Netwerk' » 'WaveNet beheren'
- Selecteer het segment met de LN.I en open de [Eigenschappen]

- Markeer 'Doorgeven van de gebeurtenissen activeren'
- Klik op [Overnemen]
- Klik op [Programmeren]