Werkwijze van de master scherpschakelenheid - VDS-blokslot

  1. De master trekt na het activeren van een transponder die bevoegd is om op scherp te schakelen de leiding voor deactiveringscommando’s (pin 14) op het massapotentiaal.
  2. Hierdoor beginnen alle deactiveringseenheden met het deactiveren van hun cilinders.
  3. Wanneer de master voor het scherp schakelen binnen tien seconden een positieve bevestiging van een deactivering herkent (de betreffende leiding krijgt een hoge impedantie), dan wordt een potentiaalvrij contact tussen pin 5 en pin 7 gesloten. Een hierop aangesloten inbraakalarm ontvangt dan het signaal dat op scherp geschakeld kan worden.
  4. De master deactiveert na hernieuwde bediening van een bevoegde transponder voor het scherp schakelen dit potentiaalvrije contact tussen pin 5 en pin 7 onmiddellijk. Een hierop aangesloten inbraakalarm ontvangt dan het signaal dat het moet uitschakelen.
  5. Vervolgens zet de master weer een hoge impedantie op de leiding voor deactiveringscommando’s (pin 14).
  6. Het inbraakalarm zet eveneens een hoge impedantie op deze leiding zodra de alarminstallatie niet meer scherp is geschakeld.
  7. Zodra de leiding voor deactiveringscommando’s geen hoge impedantie meer heeft, activeren de deactiveringseenheden hun cilinders weer.