Werkwijze van de deactiveringseenheid - VDS-blokslot
Deactiveringscommando
- Een deactiveringseenheid deactiveert een cilinder binnen bereik wanneer de leiding voor deactiveringscommando’s (pin 13) door de master of door de centrale van het inbraakalarm (EMZ) op het massapotentiaal wordt getrokken.
- Een deactiveringseenheid activeert een cilinder binnen bereik wanneer de leiding voor deactiveringscommando’s (pin 13) een signaal met een hoge impedantie doorgeeft. De uitgang van de master en de uitgang van de inbraakalarminstallatie moeten allebei tegelijkertijd een signaal met een hoge impedantie ontvangen.
Bevestiging van deactivering
- Een deactiveringseenheid trekt de leiding voor de bevestiging van de deactiveringseenheid (pin 14) op massa zolang de cilinder binnen bereik geactiveerd is.
- Hij trekt de leiding voor bevestiging van de deactivering (pin 14) ook op massa zolang de ingang van de dagschootbewaking (pin 12) massapotentiaal heeft. Gebruik daarom contacten voor de dagschoot die de ingang van de dagschootbewaking scheiden zodra de schoot naar binnen schuift (potentiaalvrije opener).
- De leiding voor de bevestiging van de deactivering ontvangt pas een hoge impedantie wanneer alle deactiveringseenheden de cilinders in hun bereik met succes hebben gedeactiveerd en bij evaluatie van de dagschoten blijkt dat ze allemaal uitgeschoven zijn.