Globale onderdrukking van het scherp schakelen (optioneel) - VDS-blokslot

De deactiveringseenheden deactiveren uw sluitelementen en trekken daarna de leiding voor de deactiveringsbevestiging niet meer op de massa. De leiding voor de deactiveringsbewijzen krijgt een hoge impedantie. Hierdoor herkent de master voor het scherp schakelen dat alle sluitelementen gedeactiveerd zijn en geeft aan het inbraakalarm door dat de installatie scherp kan worden geschakeld.

U onderdrukt dit scherp schakelen door de leiding voor de deactiveringsbewijzen toch tegen het aardpotentiaal te houden. Sluit hiervoor een potentiaalvrij contact aan tussen pin 13 en een aardingspin (GND, pin 2 of pin 15). Zolang het potentiaalvrije contact de leiding voor de deactiveringsbewijzen tegen het aardpotentiaal houdt, kan de master voor het scherp schakelen niet herkennen dat alle sluitelementen gedeactiveerd zijn en geeft aan het inbraakalarm niet door dat de installatie scherp moet worden geschakeld.

Dit gedrag kunt u benutten om ook zonder externe antenne te verzekeren dat het scherp schakelen van de alarminstallatie alleen van buiten mogelijk is (zie Scherpschakeleenheden met toets, zonder externe antenne).