Inschakelen van de alarminstallatie (inbraakalarm = EMA) - VDS-blokslot

  1. Degene die bevoegd is om het alarm op scherp te zetten, drukt twee keer kort achter elkaar (binnen twee seconden) op de transponder in de buurt van een scherpschakeleenheid. Deze geeft vervolgens een signaal door aan alle aanwezige deactiveringseenheden.
  2. Wanneer er contacten met de dagschoot aan de deactiveringseenheden zijn aangesloten, controleren de deactiveringseenheden eerst of de deuren correct zijn afgesloten. Zodra dit bevestigd is, worden de digitale sluitelementen gedeactiveerd, zodat het betreden van de beveiligde zone niet meer mogelijk is.
  3. Pas nadat alle sluitelementen met succes gedeactiveerd zijn, ontvangt de scherpschakeleenheid een bevestiging en kan de master de alarminstallatie via een potentiaalvrij contact extern op scherp zetten (onvermijdelijkheidsbeginsel). Wanneer de alarminstallatie scherp geschakeld is, lichten de LEDs van de scherpschakeleenheden 2,5 seconden lang op. Tegelijkertijd gaan de test-LEDs van de deactiveringseenheden uit.
  4. Het inbraakalarm zelf geeft een akoestisch signaal af dat het systeem op scherp staat (bijv. aan de scherpschakeleenheid).