Beschrijving functioneren - VDS-blokslot

In gebouwen met een alarminstallatie wordt een vals alarm gegeven wanneer de alarminstallatie extern al op scherp is gezet en iemand per ongeluk de beveiligde zone betreedt. Extern op scherp zetten gebeurt bijvoorbeeld bij inbraakalarminstallatie (EMA).

De VdS-blokslotfunctie 3066 (VdS-nummer G 101 160) blokkeert de sluitelementen tijdens het op scherp zetten en verhindert zo vals alarm. Hiervoor zijn geen complexe ingrepen nodig aan de deur of de deurposten.

De blokslotfunctie bestaat altijd uit minstens twee componenten:

scherpschakeleenheden

deactiveringseenheden

Scherpschakeleenheden dienen om de alarminstallatie op scherp te zetten.

Voor het in- of uitschakelen op afstand hebt u minstens één scherpschakeleenheid nodig. Wanneer u vanaf meerdere punten de installatie wilt kunnen bedienen, is voor elk punt afzonderlijk een scherpschakeleenheid nodig.

Transponders die hiertoe in het sluitschema bevoegd zijn, kunnen de installatie in- of uitschakelen.

Hierbij bestaan er masters en slaves voor de bediening. De master kan met een potentiaalvrij contact de alarminstallatie op scherp zetten. De slaves sturen een verzoek aan de master om de installatie op scherp te zetten, die vervolgens de alarminstallatie activeert.

Deze slaves kunnen intern op scherp zetten wanneer ze afzonderlijk zijn aangesloten op een interne scherpschakelinrichting van de centrale van het inbraakalarm.

Deactiveringseenheden verhinderen dat deuren per ongeluk worden geopend.

Voor elke deur naar een beveiligde zone is een deactiveringseenheid nodig.

De deactiveringseenheden worden geïnstalleerd naast elke deur naar de beveiligde zone. Wanneer de alarminstallatie op scherp staat, kunnen de deuren ook niet met een bevoegde transponder per ongeluk geopend worden.