SmartBridges inrichten - SmartBridge
Zo voegt u in de internet-app een nieuwe SmartBridge toe:

- Klik op de button Menu
. - Het menu gaat open.
- Klik op de button
NETWERK. - De netwerkweergave gaat open.
- Voeg een nieuwe SmartBridge toe met de
-button bij SmartBridges. - Dialoogvenster opent om een nieuwe SmartBridge toe te voegen.
- Geef een eenduidige naam (bijv. "SmartBridge Kantoor 2").
- Voer de MobileKey-ID in (zie verpakking of achterkant van de SmartBridge, formaat XXXX-XXXX-XXXX-XXXX).
- Wanneer u nog een SmartBridge wilt aanmaken, dan vinkt u het hokje
Maak en ander aan.
- Als dit hokje aangevinkt is, blijft u na het opslaan in deze weergave en kunt u meteen een volgende SmartBridge aanmaken.
- Klik op de button OPSLAAN.
- De SmartBridge is aangemaakt.
OPMERKING
SmartBridge-verbinding met de server
Uw SmartBridge maakt om de ca. 15 seconden verbinding met de server. Wanneer u onmiddellijk na het configureren van de SmartBridge begint met de netwerkconfiguratie, dan kan de server de SmartBridge nog niet identificeren en mislukt de configuratie van het netwerk.
- Wacht na het configureren van de SmartBridge ongeveer twintig seconden voordat u begint met de netwerkconfiguratie.
Standaard wachtwoord aanpassen
OPMERKING
Onbevoegde toegang met standaard toegangsgegevens
De standaard toegangsgegevens kunnen ongehinderd worden bekeken. Onbevoegden kunnen de toegangsrechten niet veranderen, maar wel de netwerkconfiguratie aanpassen. U kunt het apparaat dan niet meer via het netwerk bereiken en moet het resetten.
Sommige browsers verzenden geen spaties aan het begin van het wachtwoord.
- Verander het standaard wachtwoord.
- Start of eindig het wachtwoord niet met spaties.
Verander het standaard wachtwoord van uw SmartBridge:
- stel met de OAM-tool vast welk IP-adres uw SmartBridge heeft.
- Roep met een browser de internetinterface op van uw SmartBridge (gebruikersnaam: SimonsVoss, wachtwoord: SimonsVoss).
- Wijs dan een nieuw wachtwoord toe.
Gedetailleerde informatie over de OAM-tool en uw SmartBridge vindt u in het manual van de OAM-tool, in de korte handleiding van uw SmartBridge en het manual van de SmartBridge.