Batterij-alarmen - Cilinder (Z4) 3061

In de cilinders en transponders is een batterijbeheer geïmplementeerd dat in een vroeg stadium op een lage capaciteit wijst. Op die manier wordt voorkomen dat de batterijen ongemerkt compleet leeg kunnen zijn. Hieronder worden de afzonderlijke niveaus van het batterij-alarm behandeld.

De batterijen van de cilinders fungeren redundant. Als één van de batterijen uitvalt of de lading onder een bepaalde waarde komt, schakelt het systeem een bepaald batterij-alarm in.

De batterij-alarmniveaus tussen G1 en G2 onderscheiden na het batterij-alarmniveau 2 of de waarde onder het niveau van het noodbatterij-alarm valt.

  • Alarmniveau 1: Zwakke batterijen
  • Als de capaciteit van de batterijlading van één van de batterijen onder 25% ligt, wordt het eerste batterij-alarm gegeven. Na het bedienen van de transponder zijn voor het vrijschakelen van de cilinder acht korte signalen kort achter elkaar te horen. De batterijen moeten vervangen worden.
  • Alarmniveau 2: Extreem zwakke batterijen
  • Wanneer de batterijen van de cilinder nog minder lading hebben, zijn na het bedienen van de transponder voor het vrijschakelen van de cilinder ca. 30 seconden lang korte signalen achter elkaar te horen. Pas daarna schakelt de cilinder vrij. De batterijen moeten zo snel mogelijk vervangen worden.
  • Als ook dit alarmniveau wordt genegeerd, schakelt de cilinder om naar de zogenaamde opslag- of freeze-modus.
  • Noodbatterij – opslagmodus (G1-cilinder):
  • In de opslagmodus kan de cilinder alleen nog met behulp van het programmeerapparaat (SmartCD) geopend worden.
  • Noodbatterij – freeze-modus (G2-cilinder):
  • In de freeze-modus klinkt bij een poging tot openen met een geautoriseerde transponder een signaal, maar de cilinder schakelt niet vrij.
  • De G2-cilinder kan alleen nog maar met een transponder voor batterijvervanging of het programmeerapparaat geopend worden.
    • Actieve sluitingen: Met een "G2 batterijvervangingstransponder" (Freeze Mode Transponder) kan de systeembeheerder de freeze-modus ca. 30 seconden opheffen en met de transponder van een gebruiker de deur openen om de batterijen te vervangen.
    • SmartCard-sluitingen: Met een "G2 batterijvervangingskaart" (Freeze Mode Card) kan de systeembeheerder de freeze-modus (incl. de alarmfases) blijvend opheffen en met gebruikersidentificatie de deur openen om de batterijen te vervangen.

OPMERKING

notice

Vervang na gebruik van een “G2 batterijvervangingsmedium” bij sluitelementen de batterijen meteen. Anders kan het sluitelement door lege batterijen compleet uitvallen.

ALARMNIVEAU 1

ALARMNIVEAU 2

FREEZEMODUS

Cilinder actief:

8 korte signalen voor het vrijschakelen

30 seconden lang acht korte signalen met telkens een seconde pauze voor het vrijschakelen

6 signalen (lang – pauze – kort)

Tot max. 15.000 activeringen of tot max. 9 maanden

Tot max. 50 activeringen of tot max. 30 dagen

Batterijvervanging: Bediening met batterijvervangingstransponder

Cilinder-SC (transponder-gebruik):

8 korte signalen voor het vrijschakelen

30 seconden lang acht korte signalen met telkens een seconde pauze voor het vrijschakelen

6 signalen (lang – pauze – kort)

Cilinder-SC (SmartCard-gebruik):

LED knippert gelijktijdig 8x kort rood voor het vrijschakelen

LED knippert 30 seconden lang telkens 2x kort rood voor het vrijschakelen

LED knippert 1x rood en 1x blauw

Tot max. 300 activeringen of tot max. 30 dagen

Tot max. 200 activeringen of tot max. 20 dagen

Batterijvervanging: Bediening met batterijvervangingstransponder