AP-versie - Cilinder (Z4) 3061
Bij alle deuren waar de paniekfunctie van het slot door de positie van de meenemer negatief kan worden beïnvloed, moet een cilinder met anti-paniekfunctie worden gemonteerd. Deze versie beschikt over een geïntegreerd veermechanisme dat de sluitbaard in een onkritische positie trekt, zodat de paniekfunctie van een paniekslot niet geblokkeerd kan worden.
Dit cilindertype AP wordt in tegenstelling tot alle andere cilinders 'gespiegeld' geïnstalleerd, d.w.z. dat de knop met de batterij en de elektronica zich aan de buitenzijde bevindt (zie afbeelding).
In tegenstelling tot de standaard antipaniekcilinder (AP) waarbij de binnenknop vast geschakeld is, is de binnenknop van de vrij draaiende AP-versie (AP.FD) mechanisch uitgeschakeld en kan niet met een identificatiemedium vrijgeschakeld worden.

- Binnenknop
- Ring met inkepingen
- Sleutel batterijvervanging
- Buitenknop
Bij deuren die in het verloop van vluchtwegen liggen en die na 1 april 2003 werden aangebracht (sluitelementen conform DIN EN 179 resp. DIN EN 1125), moet op de volgende punten gelet worden: Bij alle sluitelementen waarbij in de vergunning vermeld is dat de Sluitcilinder 3061 geen uitwerking op het functioneren van het slot heeft, mogen alle Sluitcilinder 3061 worden toegepast. Bij alle sluitelementen waarbij de positie van de meenemer van de Sluitcilinder 3061 effect heeft op het functioneren van het slot, moet eventueel de Sluitcilinder 3061 van het type AP (anti-paniekcilinder) worden toegepast en vermeld zijn in de vergunning van de fabrikant van het betreffende slot.
GEVAAR
Op basis van de specifieke constructie van panieksloten is het niet toegestaan om bij een gesloten deur de knop van de Sluitcilinder 3061 tot de aanslag te draaien, aangezien hierdoor de paniekfunctie van het slot beïnvloed kan worden.