Virtueel netwerk - AXM Plus
Het virtuele netwerk is een alternatief voor de directe draadloze netwerkintegratie van uw sluitelementen met het WaveNet (zie WaveNet).
Gebruik van het virtuele netwerk
In plaats van met het programmeerapparaat naar sluitelementen of identificatiemedia te gaan, kunt u met het virtuele netwerk heel comfortabel vanaf de werkplek bijv. deze taken uitvoeren:
- wijzigingen van rechten op identificatiemedia schrijven (Voorbeeld: wijziging van rechten)
- blokkeringen van identificatiemedia aan uw sluitelementen overdragen (Voorbeeld: verlies van transponder)
identificatiemedia als gegevensdrager in plaats van radiografisch
Normaal gesproken betreden mensen een gebouw op enkele, centraal gelegen punten. Dit is bijvoorbeeld een schuifdeur in de entree. De identificatiemedia van deze personen worden dus heel vaak bij de boekingsterminal van deze toegangsdeur bediend.
Tegelijkertijd is er normaal gesproken nog wat geheugenruimte vrij op de identificatiemedia.
Met het virtuele netwerk kunt u hiervan profiteren. Hiervoor verbindt u de boekingsterminal bij de toegangsdeur rechtstreeks met de database van uw AXM Plus. Deze boekingsterminal wordt dus een .
Als u bijvoorbeeld een identificatiemedium blokkeert, wordt hiervoor een blokkeer-ID aangemaakt en in de database opgeslagen.
Nu wil een persoon het gebouw betreden en activeert daarom zijn of haar identificatiemedium bij uw gateway. Op dit moment controleert de gateway of er informatie in uw database aanwezig is die in het gebouw moet worden verspreid en vindt de blokkeer-ID. De gateway schrijft de blokkeer-ID op het identificatiemedium.
De persoon die het gebouw heeft betreden, zal in de loop van de dag meerdere deuren openen en zo zijn of haar identificatiemedium met de blokkeer-ID bij verschillende sluitelementen activeren. Het identificatiemedium geeft daarbij de blokkeer-ID door aan elk van deze sluitelementen en ontvangt in ruil daarvoor een bewijs dat de blokkeer-ID ook is aangekomen.
Wanneer de persoon zijn identificatiemedium de volgende keer bij de gateway bedient, leest de gateway de bewijzen uit en slaat de informatie op dat de blokkeer-ID ook bij de betreffende sluitelementen is aangekomen.
Voor alle soorten virtuele netwerken is bij gebruik van kaarten een AV-kaartsjabloon nodig (AV = Audit trail / Virtual network).
In het virtuele netwerk overgedragen informatie
- Blokkeer-ID's
- (Max. twee per identificatiemedium. Als er meer blokkeer-ID's in de database zijn, wordt willekeurig geselecteerd.)
- Wanneer u een vervangende transponder aanmaakt, wordt deze automatisch de blokkeer-ID van de geblokkeerde transponder toegewezen.
- Blokkeerbewijzen
- (Een blokkeerbewijs is de bevestiging dat een sluitelement een blokkeer-ID heeft ontvangen.)
- Batterijstatus van sluitelementen
- Passagelijst van de kaart (functie door transponder niet ondersteund)
- Toewijzen/wijzigen van tijdgroepen
- Tijdbudgetten toewijzen/wijzigen
Wijzigingen van rechten worden niet doorgegeven, maar rechtstreeks door de Gateway op de betreffende identificatiemedia gewijzigd.
Dynamisch tijdvak (tijdbudget)
Hoe vaker de identificatiemedia bij de gateways worden bediend, des te beter werkt het virtuele netwerk. Misschien moet de schuifdeur in de entree echter tijdens de openingstijd permanent open blijven. Vanuit het oogpunt van de personen is er dus geen dwingende reden meer om hun identificatiemedia bij de gateway te activeren. De deur staat immers al open.
Hiervoor kunt u de geldigheid van de identificatiemedia in de tijd beperken. Na afloop van deze tijd moet de geldigheid bij de gateway worden vernieuwd. De duur kunt u zelf bepalen, ofwel per uur (bijv. 8 uur vanaf het opladen) of tot een vast tijdstip (bijv. na het opladen tot 17.00 uur).
De voordelen van een dynamisch tijdvak zijn:
- personen met identificatiemedia moeten met regelmatige tussenpozen de gateway bezoeken. Dit verbetert de werking van het virtuele netwerk.
- Geblokkeerde identificatiemedia krijgen uiteraard geen nieuw tijdbudget.
- Zo kunnen gestolen en geblokkeerde identificatiemedia – zelfs als de dief bewust niet naar de gateway gaat – na afloop van het tijdbudget niet meer worden gebruikt.
Als u het tijdbudget pas achteraf in uw virtuele netwerk invoert, kunt u deze wijziging ook direct met het virtuele netwerk op de identificatiemedia schrijven. U hoeft dus niet expliciet elk identificatiemedium afzonderlijk te programmeren. Voorwaarde is dat alle identificatiemedia de gateway bezoeken, anders kan de wijziging niet op de identificatiemedia worden geschreven.