Handelwijze noodbatterij-opslagmodus (G1) - SmartHandle 3062
Als de batterij-alarmniveaus 1 en 2 niet in acht worden genomen of de beheerder van het sluitsysteem niet werd geïnformeerd, gaat de G1 SmartHandle over naar de noodbatterij-opslagmodus. Om in deze toestand te voorkomen dat de batterij volledig leeg raakt, kan de SmartHandle G1 niet meer worden bediend met een transponder van een gebruiker.
OPMERKING
Deze situatie mag zich eigenlijk nooit voordoen aangezien de batterijen op tijd, d.w.z. al bij batterij-alarmniveau 1 vervangen moeten worden.
Voor het openen van de deur of het vervangen van de batterij is de systeembeheerder nodig (zie Batterijvervanging). Als de deur gesloten is, moet de systeembeheerder de volgende stappen uitvoeren; bij een geopende deur of als de batterijen toegankelijk zijn, valt het eerste punt weg:
- SmartHandle opnieuw programmeren (zo wordt de opslagmodus opgeheven)
- SmartHandle met een geautoriseerde transponder activeren en de deur openen (het sluitelement gaat meteen weer over naar de opslagmodus)
- Batterijen vervangen
- SmartHandle opnieuw programmeren (om de opslagmodus blijvend op te heffen)
Na het eerste openen wordt nog één keer batterij-alarmniveau 2 aangegeven en daarna is het sluitelement weer gewoon beschikbaar.