Bediening - SmartHandle AX Advanced

Naar gelang de programmering kan de SmartHandle AX verschillend worden bediend.

OPMERKING

notice

Afstand

De afstand heeft invloed op de zendverbinding.

  1. Bij gebruik van een transponder moet u deze op een afstand van 5-30 cm plaatsen.
  2. Bij gebruik van een passief identificatiemedium plaatst u dit onder de sleuf in de cover. Als er geen sleuf aanwezig is, plaatst u het identificatiemedium op het opschrift van SimonsVoss.

Impulsbediening

Controleer hiervoor dat het hokje flip flop afgevinkt is.

  1. Identificatiemedium is bij SmartHandle AX bevoegd.
  1. Plaats het identificatiemedium.
  2. Bij gebruik van een transponder activeert u deze één keer.
  3. SmartHandle AX piept en knippert twee keer groen.
  1. De SmartHandle AX blijft geactiveerd voor de ingestelde impulsduur.

FlipFlop-modus

Controleer hiervoor dat het hokje flip flop aangevinkt is.

  1. Identificatiemedium is bij SmartHandle AX bevoegd.
  1. Plaats het identificatiemedium.
  2. Bij gebruik van een transponder activeert u deze één keer.
  3. Wanneer de SmartHandle AX geactiveerd wordt, piept en knippert hij groen (kort-lang).
  4. Wanneer de SmartHandle AX gedeactiveerd wordt, piept en knippert hij groen (lang-kort).
  1. De SmartHandle AX blijft geactiveerd of gedeactiveerd totdat hij opnieuw wordt bediend.