Bediening - SmartHandle AX Advanced
Naar gelang de programmering kan de SmartHandle AX verschillend worden bediend.
OPMERKING
Afstand
De afstand heeft invloed op de zendverbinding.
- Bij gebruik van een transponder moet u deze op een afstand van 5-30 cm plaatsen.
- Bij gebruik van een passief identificatiemedium plaatst u dit onder de sleuf in de cover. Als er geen sleuf aanwezig is, plaatst u het identificatiemedium op het opschrift van SimonsVoss.
Impulsbediening
Controleer hiervoor dat het hokje flip flop afgevinkt is.
- Identificatiemedium is bij SmartHandle AX bevoegd.
- Plaats het identificatiemedium.
- Bij gebruik van een transponder activeert u deze één keer.
- SmartHandle AX piept en knippert twee keer groen.
- De SmartHandle AX blijft geactiveerd voor de ingestelde impulsduur.
FlipFlop-modus
Controleer hiervoor dat het hokje flip flop aangevinkt is.
- Identificatiemedium is bij SmartHandle AX bevoegd.
- Plaats het identificatiemedium.
- Bij gebruik van een transponder activeert u deze één keer.
- Wanneer de SmartHandle AX geactiveerd wordt, piept en knippert hij groen (kort-lang).
- Wanneer de SmartHandle AX gedeactiveerd wordt, piept en knippert hij groen (lang-kort).
- De SmartHandle AX blijft geactiveerd of gedeactiveerd totdat hij opnieuw wordt bediend.