Componenten aanmaken en LSM configureren - LSM 3.5 SP3 Basic Online

Voordat u begint met het configureren, moeten in de LSM-software de belangrijkste instellingen voor het gebruik van een netwerk worden uitgevoerd en de RouterNode 2 moet bedrijfsklaar zijn.

  1. Maak verschillende identificatiemedia (bijv. Nieuwe transponder aanmaken) en sluitelementen (bijv. Nieuw sluitelement aanmaken) aan.
  2. Voer een eerste programmering van de aangemaakte componenten (Transponder programmeren en Sluitelement programmeren) uit.
  3. Maak een SmartRelais 2 G2 (type G2 Smart Relais actief/hybride) aan.
  4. Open de eigenschappen van het sluitelement.
  5. Ga naar de registerkaart Configuratie / data.
  6. Vink het hokje Gateway aan.
  7. Ga weer naar de Matrix-weergave.
  8. Verstrek rechten aan alle identificatiemedia bij de SmartRelais 2 G2, die daar later nieuwe rechten moeten krijgen.
  9. Voer de eerste programmering van de SmartRelais 2 G2 uit.
  10. Zorg ervoor dat in de SmartRelais 2 G2 een LockNode is ingebouwd.
  11. Configureer de RouterNode 2 via de WaveNet Manager (zie Netwerk inrichten en in LSM importeren).
  12. Wijs hier de Gateway (resp. de SmartRelais 2 G2) aan toe.
  1. Virtueel netwerk is gebruiksklaar.