Componenten aanmaken en LSM configureren - LSM 3.5 SP3 Basic Online
Voordat u begint met het configureren, moeten in de LSM-software de belangrijkste instellingen voor het gebruik van een netwerk worden uitgevoerd en de RouterNode 2 moet bedrijfsklaar zijn.
- LSM-software voorbereiden
- Hardware voorbereiden
- Communicatieknooppunt aanmaken
- Taskdienst instellen
- Maak verschillende identificatiemedia (bijv. Nieuwe transponder aanmaken) en sluitelementen (bijv. Nieuw sluitelement aanmaken) aan.
- Voer een eerste programmering van de aangemaakte componenten (Transponder programmeren en Sluitelement programmeren) uit.
- Maak een SmartRelais 2 G2 ( G2 Smart Relais actief/hybride) aan.
- Open de eigenschappen van het sluitelement.
- Ga naar de registerkaart Configuratie / data.
- Vink het hokje
Gateway aan.

- Ga weer naar de Matrix-weergave.
- Verstrek rechten aan alle identificatiemedia bij de SmartRelais 2 G2, die daar later nieuwe rechten moeten krijgen.
- Voer de eerste programmering van de SmartRelais 2 G2 uit.
- Zorg ervoor dat in de SmartRelais 2 G2 een LockNode is ingebouwd.
- Configureer de RouterNode 2 via de WaveNet Manager (zie Netwerk inrichten en in LSM importeren).
- Wijs hier de Gateway (resp. de SmartRelais 2 G2) aan toe.
- Virtueel netwerk is gebruiksklaar.