Topologie - Systeembeschrijving WO
Chip-ID
De chip-ID is een uniek nummer dat vast in de LockNode is geprogrammeerd. Met de chip-ID kan elke LockNode eenduidig worden bediend (vergelijkbaar met het MAC-adres van een IT-component). In de SmartIntego Manager kan met de optie Find Chip ID worden gezocht naar een chip-ID en daarmee naar een bepaalde LockNode. Chip-ID's hebben acht cijfers in hexadecimale notatie, bijv. 00017FD8.
Net-ID
De netwerk-ID (Net-ID) is de naam van het WaveNet-netwerk. Deze bestaat uit acht cijfers in hexadecimale notatie, bijv. 2DA9. De SmartIntego Manager genereert de netwerk-ID automatisch zodra de eerste GatewayNode aan het project wordt toegevoegd (deze GatewayNode moet nieuw of gereset zijn!). Daarna kan de netwerk-ID niet meer worden gewijzigd en wordt op alle componenten van dit WaveNet opgeslagen. Projecten met hetzelfde netwerk-ID mogen niet binnen zendbereik van elkaar liggen en moeten daarom over het algemeen worden vermeden.
WaveNet-adres
Het WaveNet-adres is een voor iedere component individueel netwerkadres. Deze dient voor de interne communicatie tussen Gateway- en LockNodes binnen het WaveNet. De SmartIntego Manager maakt de WaveNet-adressen automatisch aan wanneer Gateway- of LockNodes aan het project worden toegevoegd.
Normaal gesproken kunnen het integratorsysteem en de LockNodes met elkaar communiceren, zonder dat u weet welke LockNode welk WaveNet-adres heeft. Mercury-systemen geven de adressering anders door en vormen daarom een bijzonderheid (zie Variant voor Mercury Security).
Netwerkmasker
Het WaveNet-adresbereik omvat 65535 adressen. Dit adresbereik is onderverdeeld in twee groepen:
- Adressen voor GatewayNodes
- Adressen voor LockNodes
De indeling wordt bepaald door het netwerkmasker:
Netwerkmasker | GatewayNode-adressen (GatewayNodes in project) | LockNode-adressen (=segmentadressen) (LockNodes per GatewayNode) |
|---|---|---|
8_8 | 28 = 256 | 28 = 256 |
11_5 | 211 = 2048 | 25 = 32 |
12_4 | 212 = 4096 | 24 = 16 |
In elk segment zijn de eerste zes en het laatste adres voor interne doeleinden gereserveerd.
Sommige adressen voor GatewayNodes zijn eveneens voor interne doeleinden gereserveerd en kunnen daarom niet worden gebruikt.
Het WaveNet vormt de ruggengraat voor online SmartIntego Wireless-projecten. De WaveNet-kwaliteitsrichtlijnen voor SmartIntego voorzien maximaal 16 LockNodes per GatewayNode.
Device-adres
Het Device-adres is een identificatiekenmerk van de LockNodes en GatewayNodes waarmee ze door het integratorsysteem worden geïdentificeerd. De SmartIntegoManager maakt het device-adres aan wanneer LockNodes en GatewayNodes worden verbonden en wijst dit vervolgens individueel aan de LockNodes en de GatewayNodes toe.
Elke LockNode en elke GatewayNode heeft een in het project uniek device-adres.
Device-adres | Mercury-Device-adres | |
|---|---|---|
Structuuradres |
| Afhankelijk van het WaveNet-segment:
|
Sluitelement aanmaken | Wordt toegewezen vanuit een pool van vrije device-adressen. | Wordt toegewezen uit een pool van vrije WaveNet-adressen. |
Sluitelement vervangen | Device-adres verandert. | Device-adres kan veranderen. Het eerste vrije WaveNet-adres wordt altijd als device-adres gebruikt en toegewezen. |
Sluitelement vervangen | Device-adres blijft ongewijzigd. | Device-adres blijft ongewijzigd. |
Sluitelement verplaatsen | Device-adres blijft ongewijzigd. | Device-adres kan veranderen. Het eerste vrije WaveNet-adres wordt altijd als device-adres gebruikt en toegewezen. |
Sluitelement wissen | Het device-adres wordt van de component verwijderd en niet meer voor nieuwe componenten gebruikt. | Het device-adres wordt van de component verwijderd en kan voor nieuwe componenten worden gebruikt. |
Import met CSV-bestand
De beschreven topologie-eigenschappen, dus de SmartIntego systeemstructuur, kunnen automatisch in het integratorsysteem worden geïmporteerd (CSV-bestand). Als het gewenste integratorsysteem deze functie niet ondersteunt, neem dan contact op met de integrator die het integratorsysteem levert.