Opbouw - Systeembeschrijving WO
De SmartHandle 3062 bestaat altijd uit twee zijden:
Master (binnenzijde) | Slave (buitenzijde) |
|---|---|
|
|
|
|
Tijdens de montage worden de twee helften van elkaar gescheiden.
Afhankelijk van de uitvoering en uitvoering verschilt de opbouw:
Escape&Return (.ER)
Master (binnenzijde) | Slave (buitenzijde) |
|---|---|
|
|
|
|
DoorMonitoring (.DM)
DoorMonitoring-SmartHandles herkennen met behulp van sensoren verschillende deurstatussen.
Master (binnenzijde) | Slave (buitenzijde) |
|---|---|
|
|
|
|
De gevoeligheid van de sensoren wordt in de SmartIntego Tool ingesteld. Als een van de sensoren een verandering opmerkt, wordt deze verandering onmiddellijk doorgegeven aan het integratorsysteem.
De DoorMonitoring-SmartHandle 3062 kan de volgende toestanden herkennen:
- ingekoppeld/uitgekoppeld
- drukknop ingedrukt/niet ingedrukt (binnenkruk en indien geactiveerd ook buitendeurkruk)
- deur open
- deur gesloten
- deur te lang open (instelbare timer in de SmartHandle)
- deur gesloten nadat deze te lang open was
- deur vergrendeld (alleen in combinatie met een zelfvergrendelend steekslot)
- deur ontgrendeld (alleen in combinatie met een zelfvergrendelend steekslot)
- manipulatiepoging
- Stiftschroef
- Inbraakpoging
- Storing in sensoren
- Manipulatie van de deurkruk
Voor details wordt verwezen naar de documentatie van het integratiesysteem.
OPMERKING
Programmeerfout bij onderbroken of gewijzigd master-slavepatroon
De master en slave zijn in de fabriek ingesteld als bij elkaar horende apparaten. Het vervangen van knoppen leidt tot programmeerfouten.
Tijdens het programmeren communiceren de master en de slave.
- Zorg dat de master en slave fysiek zijn verbonden tijdens het programmeren.