Inbedrijfstelling - MobileKey SmartRelais
Controle
- Het SmartRelais uitpakken en controleren of het eventueel beschadigd is.
- Het SmartRelais aan een stroomverzorging of een batterij aansluiten.
- Bedien het SmartRelais met een transponder en controleer of het SmartRelais op een bepaalde manier reageert op de activering.
Programmering
Programmeer het SmartRelais met de betreffende software, bijv. LSM-software bij SmartRelais 3063. Het SmartRelais moet voor het programmeren aangesloten zijn op een voedingsbron. Details over de programmering in de LSM-software vindt u hier: Configuraties in de software
Aansluiting en montage
- Het SmartRelais is niet verbonden met een voedingsbron en is in stroomloze toestand.
- Back-up batterij plaatsen: de pluspool van de 3V-CR1220-batterij ligt in elk SmartRelais naar boven.
- Alle draden aan de daarvoor bestemde klemmen van het Smart Relais aansluiten (zie Aansluitingen)
- De stroomverzorging inschakelen (eventueel de stekker in het contact steken of de batterij aansluiten).
- Test met een bevoegde transponder of het SmartRelais functioneert.
- SmartRelais monteren.
- Bij montage in een inbouwdoos moet de behuizing verwijderd worden. De printplaten van de SmartRelais hebben twee verschillende afmetingen. Controleer voor de montage of de printplaat van het SmartRelais in de wanddoos past!
- Bij montage direct op de muur kan de bodemplaat als sjabloon voor de boringen (6 mm) gebruikt worden.
OPMERKING
Als het Smart Relais wordt gebruikt met een batterij (SREL.BAT) mag de backup-batterij niet worden ingezet.