Inbedrijfstelling - RouterNode 3
- Monteer het apparaat (zie Montage).
- Neem het deksel af.

- Sluit een netwerkkabel en voedingseenheid aan en voer de eerste configuratie uit (zie Eerste configuratie / in het LAN vinden).
- Doe het deksel weer terug op de bodemplaat.
- RouterNode 3 brandt blauw en is bedrijfsklaar (zie Signalering).
- Integreer de RouterNode 3 in de beheersoftware.
- RouterNode 3 is veilig geconfigureerd.
Systeem 3060: RouterNode 3
De LSM moet met de RouterNode 3 kunnen communiceren. U maakt de verbinding tussen LSM en RouterNode 3 met de WaveNet Manager. Voor details, zie:
- WaveNet Manual
- RouterNode 3 in de WaveNet Manager