Inbedrijfstelling - RouterNode 3

  1. Monteer het apparaat (zie Montage).
  2. Neem het deksel af.
  3. Sluit een netwerkkabel en voedingseenheid aan en voer de eerste configuratie uit (zie Eerste configuratie / in het LAN vinden).
  4. Doe het deksel weer terug op de bodemplaat.
  5. RouterNode 3 brandt blauw en is bedrijfsklaar (zie Signalering).
  6. Integreer de RouterNode 3 in de beheersoftware.
  1. RouterNode 3 is veilig geconfigureerd.

Systeem 3060: RouterNode 3

De LSM moet met de RouterNode 3 kunnen communiceren. U maakt de verbinding tussen LSM en RouterNode 3 met de WaveNet Manager. Voor details, zie: