Inbedrijfstelling - GatewayNode 3

  1. Monteer het apparaat (zie Montage).
  2. Neem het deksel af.
  3. Sluit een netwerkkabel en voedingseenheid aan en voer de eerste configuratie uit (zie Eerste configuratie / in het LAN vinden).
  4. Doe het deksel weer terug op de bodemplaat.
  5. GatewayNode 3 brandt blauw en is bedrijfsklaar (zie Signalering).
  6. Integreer de GatewayNode 3 in de beheersoftware.
  1. GatewayNode 3 is veilig geconfigureerd.

SmartIntego: GatewayNode 3

Met de GatewayNode 3 kunt u sluitelementen in een netwerk in SmartIntego draadloos beheren. Voor details, zie: