Bedrading van de router - SmartIntego-specificaties
U hebt meerdere mogelijkheden om de routers (SI.GN.CR) op elkaar aan te sluiten. De volgende tabel geeft een overzicht van de voor- en nadelen van de hier beschreven aansluitingsmogelijkheden. De mogelijke bedradingen staan in oplopende volgorde (aanbevolen).
Voedingseenheden in de bus nodig | Aanleggen van de busaansluiting naar Vin ext. en GND ext. nodig | Problemen door spanningsverlies | |
Afzonderlijke voedingseenheden voor busdeelnemers | ja | nee | onwaarschijnlijk |
Doorverbinden met Vin ext. en GND ext. | nee | ja | onwaarschijnlijk (bij hogere bedrijfsspanning) |
Doorverbinden met Vin en GND | nee | nee | mogelijk |
De volgende bedradingsschema’s behandelen niet alle opties. Andere opties voor de bedrading zijn mogelijk!
Afzonderlijke voedingseenheden voor busdeelnemers
Bij deze variant wordt elke router (SI.GN.CR) voorzien door een eigen voedingseenheid op de externe stroomaansluiting (Vin ext. en GND ext.) (voedingseenheid optioneel leverbaar, zie Technische gegevens). Daarmee wordt via de lange RS-485-busleiding geen spanning doorgegeven, maar slechts signalen. Er gaat door de RS-485-busleiding maar weinig stroom en spanningsverlies of de daarmee gepaard gaande problemen worden tot een minimum beperkt.
Bovendien bespaart u zich een ader in de aangelegde bedrading, omdat de stroomverzorging niet meer door de RS-485-busleiding hoeft te worden doorgegeven.
Doorverbinden met Vin ext. en GND ext.
Bij deze variant wordt elke router (SI.GN.CR) voorzien door dezelfde voedingseenheid op de externe stroomaansluiting (Vin ext. en GND ext.). Dit maakt hoge bedrijfsspanningen mogelijk (zie Technische gegevens). Bij gebruik van hoge bedrijfsspanningen (bijv. 24 V) loopt minder stroom door de RS-485-busleiding en spanningsverlies of de daarmee gepaard gaande problemen worden tot een minimum beperkt.
In tegenstelling met de eerste bedradingsvariant is maar één voedingseenheid aan het begin of einde van de RS-485-bus nodig.
Doorverbinden met Vin en GND
Bij deze variant wordt elke router (SI.GN.CR) voorzien door dezelfde voedingseenheid op de externe stroomaansluiting (Vin en GND) van de bus. De aansluitkabel hoeft daarom niet naar de opzij gelegen externe stroomaansluiting geleid te worden. Dit maakt echter alleen lage bedrijfsspanningen mogelijk (zie Technische gegevens). Hierdoor stroomt in vergelijking met de andere bedradingsvarianten een duidelijk hogere stroom en kan bij langere leidingen problemen door spanningsverlies ontstaan (aanbevolen kabellengte, zie Technische gegevens).
In tegenstelling met de eerste bedradingsvariant is maar één voedingseenheid aan het begin of einde van de RS-485-bus nodig.