Bedrading - SmartIntego-specificaties
Maak de veerklemmen van de RS-485-busaansluiting los door met een geschikt voorwerp (bijv. kruiskopschroevendraaier) de oranje hendel naar binnen te drukken en tegelijkertijd voorzichtig aan de kabel te trekken.
De bedrading voor de inbedrijfstelling bestaat uit drie delen:
- bedrading van de busdeelnemer (zie Bedrading van de router)
- aansluiting van het configuratie-apparaat (zie Aansluiting op het configuratie-apparaat)
- aansluiting aan het Integratorsysteem (zie Aansluiting op het Integratorsysteem)
OPMERKING
Communicatiefout door slecht contact
Wanneer het contact tussen een aansluiting en de betreffende kabel niet goed is, kunnen er communicatiefouten ontstaan.
- Controleer dat alle deelnemers een stabiele verbinding naar de afscherming en naar het aardpotentiaal hebben.
Hogere bestendigheid tegen storingen door gedrilde aders
Wanneer u een kabel gebruikt met paarwijze gedrilde aders, let er dan op dat de dataleiding A en B aangesloten zijn op een paar dat met elkaar gedrild is.
In principe moeten de uiteinden van een RS-485-bus vanaf een lengte van 100 m altijd afgesloten zijn. Gebruik hiervoor geschikte weerstanden (100 Ω tot 120 Ω, aanbevolen: 120 Ω). Wanneer u de RS-485-bus ook onder een lengte van 100 m afsluit, verhoogt u de gebruiksveiligheid nog verder. SimonsVoss adviseert daarom in principe om beide uiteinden van een RS-485-bus af te sluiten. Verbind hiervoor de positieve dataleiding (B) en de negatieve dataleiding (A) aan elk uiteinde met een geschikte weerstand. Wanneer u gebruikmaakt van een weerstand met bedrading, dan kunt u op de uiteinden van de RS-485-busleiding niet aangesloten contacten van de dubbele bus gebruiken.