G2-batterijvervangingstransponder - G2-protocollen
Cilinders met bijna lege batterijen kunnen met een gewoon identificatiemedium niet meer worden bediend, om compleet leeg raken te voorkomen (G1: Opslagmodus, G2: Freezemodus).
De opslagmodus en de batterij-alarmen bij cilinders met G1-protocollen kunnen alleen ter plaatse worden opgeheven met het programmeerapparaat.
Bij het G2-protocol zijn vanaf LSM 3.0 zogenoemde batterijvervangingstransponders mogelijk. Met zo'n batterijvervangingstransponder kunt u de Freezemodus van G2-cilinders opheffen. Daarna bedient u het sluitelement met een gewone bevoegde transponder. U hoeft hiervoor niet meer met het programmeerapparaat ter plaatse bij het sluitelement te zijn.
VOORZICHTIG
Leeg raken van de batterijen door misbruik
Bij elke activering in combinatie met een batterijvervangingstransponder verliest de batterij verdere energie. Dat kan bij onoordeelkundig gebruik leiden tot batterijen die volledig leeg zijn! In deze toestand moeten de batterijen onmiddellijk worden vervangen.